Op.stap · oorspronkelijke discipline

Geschiedenis

Kennis van het verleden

Prehistorie

  • 5.1.GK2.1 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: kleine groep (stam), vuur.
  • 5.1.GL1.1 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Afrika (rift-vallei), rechtop lopen, relaties tussen mens-dier-plant, taal.
  • 5.1.GL1.2 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: de eerste migraties, Flores.
  • 5.1.GL1.3 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: de eerste migraties, Sapiens.
  • 5.1.GL1.4 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie met de natuur omgingen en samenleefden: Maasvallei (Neanderthalers), relaties tussen mens-dier-plant.
  • 5.1.GL1.5 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Çatalhöyük, relaties tussen mens-dier-plant, leven op het ritme van dag/nacht/seizoenen.
  • 5.1.GL1.6 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: Çatalhöyük, complexere sociale groepen, omgang met anderen.
  • 5.1.GK2.2 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: jagen, voedsel verzamelen.
  • 5.1.GK2.3 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: het gebruik van vuur.
  • 5.1.GK2.4 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: werktuigen van steen en been gebruiken.
  • 5.1.GK2.5 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: werktuigen van steen en been leren maken.
  • 5.1.GK2.6 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de prehistorie overleefden en samenleefden: grotschilderingen

Oudheid

  • 5.1.GK3.1 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: irrigatielandbouw, de Nijl, boer, farao.
  • 5.1.GL1.7 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: irrigatielandbouw, stroomgebied van Tigris en Eufraat.
  • 5.1.GL1.8 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: beroepsspecialisatie, handel.
  • 5.1.GL3.4 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: voedselproductie, handel over lange afstanden, de Pax Romana, Tongeren, Velzeke, Limes, wegennetwerk.
  • 5.1.GK3.2 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: bouwen en begraven worden, de piramides van Gizeh.
  • 5.1.GK3.3 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: schrift, hiërogliefen, papyrus.
  • 5.1.GK3.4 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Egyptische samenleving overleefden en samenleefden: schrift, de Steen van Rosetta.
  • 5.1.GL1.11 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: ziggurat, schriftgeleerde, spijkerschrift.
  • 5.1.GL1.12 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: epische verhalen, Gilgamesj-epos.
  • 5.1.GL2.1 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: mythologie, religie, de berg Olympos.
  • 5.1.GL2.6 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Sokrates.
  • 5.1.GL2.7 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Archimedes.
  • 5.1.GL2.8 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: filosofie, Hippocrates.
  • 5.1.GL3.6 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: ontstaan van het christendom, Constantijn.
  • 5.1.GL1.9 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: stadsstaten.
  • 5.1.GL1.10 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in Mesopotamië overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: standenmaatschappij, slavernij, slaafgemaakten, koning, Codex Hammurabi.
  • 5.1.GL2.2 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, Akropolis.
  • 5.1.GL2.3 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, de aristocratie.
  • 5.1.GL2.4 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Athene, de wetten van Solon, burgerrechten.
  • 5.1.GL2.5 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de Griekse wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: burgerrechten, vrouwen in de Griekse oudheid.
  • 5.1.GL2.9 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Rome, Carthago, Hannibal.
  • 5.1.GL3.1 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Caesar, de Kelten.
  • 5.1.GL3.2 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Augustus, Germanen.
  • 5.1.GL3.3 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: identiteit en integratie, culturele uitwisseling, Tongeren.
  • 5.1.GL2.10 2de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: dagelijks leven, Pompeï, keukens, slaafgemaakten.
  • 5.1.GL3.5 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: identiteit en integratie, Cornelia.

Middeleeuwen

  • 5.1.GL3.7 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: agrarische (r)evolutie, drieslagstelsel.
  • 5.1.GL3.8 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: gilde, ambachtslieden, handel, Brugge, Gent.
  • 5.1.GL3.9 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: rurale en stedelijke samenleving, machtsverhoudingen en ongelijkheid.
  • 5.1.GL4.10 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: rechtspraak, machtsverhoudingen en ongelijkheid, de keure van Kortenberg.
  • 5.1.GL4.11 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: de Bourgondiërs.
  • 5.1.GL3.13 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kloosters en abdijen.
  • 5.1.GL3.14 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: christendom, kloosters en abdijen, begijnen.
  • 5.1.GL4.1 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, Mohammed, Mekka, Medina.
  • 5.1.GL4.2 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, kaliefen, schisma tussen sjiieten en soennieten.
  • 5.1.GL4.3 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Bagdad (huis van wijsheid), geleerden.
  • 5.1.GL4.4 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Arabische kunst.
  • 5.1.GL4.5 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Al-Andaluz, de moskee van Cordoba, het Alhambra.
  • 5.1.GL4.6 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Al-Ghazali.
  • 5.1.GL4.7 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Hildegard van Bingen.
  • 5.1.GL4.8 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Maimonides.
  • 5.1.GL3.10 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Dorestad, Vikingen.
  • 5.1.GL3.11 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Rollo de Noorman, de belegering van Parijs.
  • 5.1.GL4.9 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, conversos, de Reconquista.
  • 5.1.GL3.16 3de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: de pest, ziekten.

Vroegmoderne tijd

  • 5.1.GL4.12 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Karel V, Duitse Rijk.
  • 5.1.GL4.13 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Frankrijk, Lodewijk XIV.
  • 5.1.GL5.1 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, de oprichting van het Kongo-koninkrijk, Lukeni Lua Nimi.
  • 5.1.GL4.14 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Karel V.
  • 5.1.GL5.2 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, Alfonso I van Kongo, Garcia II van Kongo.
  • 5.1.GL5.3 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: slavenhandel, de Kongostroom, Portugese handelaren.
  • 5.1.GL4.15 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: boekdrukkunst, Antwerpen, Plantijn.
  • 5.1.GL4.16 4de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: religieuze conflicten, de Vrede van Westfalen.
  • 5.1.GL5.4 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Vermeer, Hollandse school.
  • 5.1.GL5.5 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: mondelinge tradities, Lukeni Lua Nimi.
  • 5.1.GL5.6 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: introductie van het christendom.
  • 5.1.GL5.7 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.
  • 5.1.GL5.8 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, de West-Indische Compagnie, het ronden van Kaap de Goede Hoop.
  • 5.1.GL5.9 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Atlantische driehoekshandel, handelspost, kolonie.
  • 5.1.GL5.10 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, slaafgemaakten, La Malinche.

Moderne tijd

  • 5.1.GL5.11 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, de Verklaring van de Rechten van de mens en van de Burger, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon.
  • 5.1.GL5.12 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, arbeiders en opdrachtgevers, de Bloednacht in Leuven.
  • 5.1.GL5.13 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Paul Panda Farnana.
  • 5.1.GL6.1 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Emilie Claeys.
  • 5.1.GL6.2 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: grondwetten, de Belgische Grondwet.
  • 5.1.GL5.14 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: industriële en agrarische revolutie, Lieven Bauwens.
  • 5.1.GL5.15 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: landschapsverandering (terrils, kleiputten, kanalen, spoorwegen), Charleroi.
  • 5.1.GL5.16 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: migratie, landverhuizers.
  • 5.1.GL5.17 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: effecten van verstedelijking op leef- en werkomstandigheden, Charleroi.
  • 5.1.GL5.18 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: leven op het ritme van de klok.
  • 5.1.GL5.20 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: veranderende grenzen, Verdrag van Versailles.
  • 5.1.GL5.21 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: imperialisme, conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haut-Katanga.
  • 5.1.GL5.22 5de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog.

Hedendaagse tijd

  • 5.1.GJK.1 jongste kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.
  • 5.1.GJK.2 jongste kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.
  • 5.1.GK2.7 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.
  • 5.1.GK2.8 2de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.
  • 5.1.GK3.5 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen stad, dorp of straat, veranderingen in het straatbeeld, technologie.
  • 5.1.GK3.6 3de kleuter (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: eigen woning, familieherinneringen uit de kindertijd, technologie, het interieur van een woning.
  • 5.1.GL6.3 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, de pil.
  • 5.1.GL6.4 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, verzetsstrijders en collaborateurs, het Fort van Breendonk
  • 5.1.GL6.5 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, verzetsstrijders en collaborateurs, de Kazerne Dossin.
  • 5.1.GL6.6 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, Verenigde Naties, Europese Unie.
  • 5.1.GL6.7 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, de Muur van Berlijn.
  • 5.1.GL6.8 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, stemrecht voor vrouwen.
  • 5.1.GL6.9 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, het homohuwelijk.
  • 5.1.GL6.10 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, Rosa Parks.
  • 5.1.GL6.11 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, gastarbeiders.
  • 5.1.GL6.13 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: ruimte-exploratie, Neil Armstrong.
  • 5.1.GL6.14 6de leerjaar (G)De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: informatie-, communicatie- en technologierevoluties, het internet.

Kennis van geschiedenis

Bronnengebruik

  • 5.2.GJK.1 jongste kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in de omgeving.
  • 5.2.GJK.2 jongste kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in eigen leefomgeving.
  • 5.2.GK2.1 2de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: prehistorie.
  • 5.2.GK2.2 2de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in de omgeving.
  • 5.2.GK2.3 2de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen herkennen: hedendaagse tijd in eigen leefomgeving.
  • 5.2.GK3.1 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.
  • 5.2.GK3.2 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.
  • 5.2.GK3.3 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen soorten bronnen vanuit de bestudeerde samenlevingen benoemen.
  • 5.2.GL1.1 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen het verschil tussen bron en bewijs herkennen.
  • 5.2.GL1.2 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen herkennen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
  • 5.2.GL1.3 1ste leerjaar (G)De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.
  • 5.2.GL1.4 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie en de oudheid herkennen.
  • 5.2.GL2.1 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen het verschil tussen bron en bewijs herkennen.
  • 5.2.GL2.2 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen typische vragen herkennen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
  • 5.2.GL2.3 2de leerjaar (G)De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.
  • 5.2.GL2.4 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen herkennen.
  • 5.2.GL3.1 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen het verschil tussen bron en bewijs benoemen.
  • 5.2.GL3.2 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen typische vragen benoemen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
  • 5.2.GL3.3 3de leerjaar (G)De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.
  • 5.2.GL3.4 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen noemen.
  • 5.2.GL4.1 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen het verschil tussen bron en bewijs.
  • 5.2.GL4.2 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
  • 5.2.GL4.3 4de leerjaar (G)De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.
  • 5.2.GL4.4 4de leerjaar (G)*De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen.
  • 5.2.GL5.1 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen.
  • 5.2.GL5.2 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.
  • 5.2.GL6.1 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen.
  • 5.2.GL6.2 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.

Historisch redeneren

  • 5.2.GK2.4 2de kleuter (G)De leerlingen kunnen enkele veranderingen tussen verleden en heden herkennen.
  • 5.2.GK3.4 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen enkele veranderingen tussen verleden en heden opnoemen.
  • 5.2.GL1.5 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen binnen en tussen bestudeerde samenlevingen aanduiden.
  • 5.2.GL1.6 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit aanduiden.
  • 5.2.GL1.7 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling aanduiden.
  • 5.2.GL2.5 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen binnen en tussen bestudeerde samenlevingen beschrijven.
  • 5.2.GL2.6 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit beschrijven.
  • 5.2.GL2.7 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling beschrijven.
  • 5.2.GL3.5 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen binnen en tussen bestudeerde samenlevingen uitleggen.
  • 5.2.GL3.6 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit uitleggen.
  • 5.2.GL3.7 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling uitleggen.
  • 5.2.GL4.5 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen onderscheiden binnen en tussen bestudeerde samenlevingen.
  • 5.2.GL4.6 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit bespreken.
  • 5.2.GL4.7 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling verklaren.
  • 5.2.GL5.3 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot continuïteit-verandering.
  • 5.2.GL5.4 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot continuïteit-verandering, oorzaak-gevolg.
  • 5.2.GL6.3 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot continuïteit-verandering.
  • 5.2.GL6.4 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot continuïteit, verandering, oorzaak-gevolg.

Chronologisch bewustzijn

  • 5.2.GK3.5 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen eigen ervaringen chronologisch ordenen.
  • 5.2.GK3.6 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen gebeurtenissen chronologisch ordenen.
  • 5.2.GK3.7 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen drie gegeven bronnen uit het verleden chronologisch ordenen met behulp van de begrippen: heel lang geleden, lang geleden, nu.
  • 5.2.GK3.8 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen: heel lang geleden, lang geleden, nu, later, oud, nieuw.
  • 5.2.GL1.8 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: prehistorie, oudheid, hedendaagse tijd.
  • 5.2.GL2.8 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: oudheid, middeleeuwen, hedendaagse tijd.
  • 5.2.GL3.8 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: oudheid, middeleeuwen, hedendaagse tijd.
  • 5.2.GL4.8 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen: het verleden, het heden, de toekomst, de periode, de duur, geschiedenis.
  • 5.2.GL4.9 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen de tijdsaanduidingen: v.o.t. en o.t.
  • 5.2.GL4.10 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, hedendaagse tijd.
  • 5.2.GL5.5 5de leerjaar (G)De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.
  • 5.2.GL6.5 6de leerjaar (G)De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd, hedendaagse tijd.

Perspectieven

  • 5.2.GL1.9 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen een onderscheid tussen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden herkennen.
  • 5.2.GL2.9 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden op elementair niveau vergelijken.
  • 5.2.GL3.9 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen een onderscheid tussen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden benoemen.
  • 5.2.GL4.11 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen een onderscheid tussen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden begrijpen.
  • 5.2.GL5.6 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen hun historische kennis gebruiken om vragen te stellen over de perspectieven van mensen en groepen in het verleden.
  • 5.2.GL5.7 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden verwoorden vanuit verschillende perspectieven.
  • 5.2.GL6.6 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen hun historische kennis gebruiken om vragen te stellen over de perspectieven van mensen en groepen in het verleden.
  • 5.2.GL6.7 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden verwoorden vanuit verschillende perspectieven.

Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis

Erfgoed identiteit betekenis relatie verleden-heden

  • 5.3.GK2.1 2de kleuter (G)De leerlingen kunnen herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn in wat ze om zich heen zien.
  • 5.3.GK2.2 2de kleuter (G)De leerlingen weten waarom iets uit het verleden bewaard wordt.
  • 5.3.GK3.1 3de kleuter (G)De leerlingen kunnen herkennen dat sporen uit het verleden aanwezig zijn in wat ze om zich heen zien.
  • 5.3.GK3.2 3de kleuter (G)De leerlingen weten waarom iets uit het verleden bewaard wordt.
  • 5.3.GL1.1 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen vertellen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.
  • 5.3.GL2.1 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen beschrijven hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.
  • 5.3.GL3.1 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen toelichten hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.
  • 5.3.GL3.2 3de leerjaar (G)De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen; (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.
  • 5.3.GL4.1 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.
  • 5.3.GL4.2 4de leerjaar (G)De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen: (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.
  • 5.3.GL5.1 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.
  • 5.3.GL5.2 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen de relatie tussen heden, verleden en toekomst verwoorden met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen: materieel en immaterieel erfgoed; racisme en discriminatie; organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap.
  • 5.3.GL6.1 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.
  • 5.3.GL6.2 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen de relatie tussen heden, verleden en toekomst verwoorden met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen: materieel en immaterieel erfgoed; racisme en discriminatie; organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap.

Burgerschap

  • 5.3.GJK.1 jongste kleuter (G)De leerlingen herkennen de volgende begrippen: mening, overleg, stemmen
  • 5.3.GK2.3 2de kleuter (G)De leerlingen benoemen de volgende begrippen: mening, overleg, stemmen
  • 5.3.GK3.3 3de kleuter (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen: mening, overleg, stemmen.
  • 5.3.GL1.4 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat herkennen: <span>verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid</span> .
  • 5.3.GL2.4 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat benoemen: <span>verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid</span>.
  • 5.3.GL3.3 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen principes van een democratische rechtsstaat herkennen in de bestudeerde samenlevingen uit het verleden.
  • 5.3.GL3.4 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat uitleggen: <span>verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid</span> .
  • 5.3.GL4.3 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen principes van een democratische rechtsstaat herkennen in de bestudeerde samenlevingen uit het verleden.
  • 5.3.GL4.4 4de leerjaar (G)De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid.
  • 5.3.GL5.3 5de leerjaar (G)De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.
  • 5.3.GL6.3 6de leerjaar (G)De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.