Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
5.2.GL4.2
De leerlingen kennen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Voorbeeld(en): Waarom drukte men op grote schaal pamfletten over actuele gebeurtenissen? Waarom drukte men Bijbels in de volkstaal van mensen? Wanneer en waar werden in onze streken voor het eerst gedrukte boeken vervaardigd?
Richtinggevende woordenschat:
Afhankelijk van de bron kan de focus op een selectie van de vier vragen worden gelegd. 'Waarom' impliceert soms ook 'voor wie'. Zie voor meer info in de leerroutes.
Richtinggevende woordenschat:
- Geschreven bronnen: manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, graffiti
- Materiële bronnen: sieraden, ruïne, afval, gebouw, mozaïek, fresco, standbeeld, monument, grafgiften
- Mondelinge tradities: verhalen, plaatsnamen, familienamen
Afhankelijk van de bron kan de focus op een selectie van de vier vragen worden gelegd. 'Waarom' impliceert soms ook 'voor wie'. Zie voor meer info in de leerroutes.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 5.2.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 5.2.GL3.2 3de leerjaar · De leerlingen kunnen typische vragen benoemen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 5.1.GL4.15 4de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: boekdrukkunst, Antwerpen, Plantijn.