Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)
5.2.GL3.2
De leerlingen kunnen typische vragen benoemen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Voorbeeld(en): Waarom schreef Caesar een verslag van zijn oorlog in Gallië? Wanneer schreef Caesar zijn "de Bello Gallico"?
Richtinggevende woordenschat:
Richtinggevende woordenschat:
- Geschreven bronnen: manuscript, kroniek, verslag, mythe, wetboek, graffiti
- Materiële bronnen: sieraden, ruïne, afval, gebouw, mozaïek, fresco, standbeeld, monument, grafgiften
- Mondelinge tradities: verhalen, plaatsnamen, familienamen
Kennis in de encyclopedie
Minimumdoelen
- 5.2.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 5.2.GL2.2 2de leerjaar · De leerlingen kunnen typische vragen herkennen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
Volgt na (after)
- 5.2.GL4.2 4de leerjaar · De leerlingen kennen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 5.1.GL3.1 3de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Caesar, de Kelten.