Op.stap · mijn leerjaar

3de leerjaar

Kennisdossiers en Op.stap-doelen voor het 3de leerjaar, per vakgebied.

Geschiedenis

Stand van uitwerking: 0 van de 27 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (27) en hun uitwerking

Kennis van het verleden › Oudheid

  • 5.1.GL3.4 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: voedselproductie, handel over lange afstanden, de Pax Romana, Tongeren, Velzeke, Limes, wegennetwerk.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.6 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: ontstaan van het christendom, Constantijn.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.1 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Caesar, de Kelten.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.2 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Augustus, Germanen.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.3 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: identiteit en integratie, culturele uitwisseling, Tongeren.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.5 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de oudheid in de invloedssfeer van de Romeinen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: identiteit en integratie, Cornelia.nog niet uitgewerkt

Kennis van het verleden › Middeleeuwen

  • 5.1.GL3.7 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: agrarische (r)evolutie, drieslagstelsel.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.8 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: gilde, ambachtslieden, handel, Brugge, Gent.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.9 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: rurale en stedelijke samenleving, machtsverhoudingen en ongelijkheid.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.13 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kloosters en abdijen.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.14 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: christendom, kloosters en abdijen, begijnen.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.10 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Dorestad, Vikingen.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.11 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Rollo de Noorman, de belegering van Parijs.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL3.16 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: de pest, ziekten.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Bronnengebruik

  • 5.2.GL3.1 De leerlingen kunnen het verschil tussen bron en bewijs benoemen.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL3.2 De leerlingen kunnen typische vragen benoemen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL3.3 De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL3.4 De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de oudheid en de middeleeuwen noemen.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Historisch redeneren

  • 5.2.GL3.5 De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen binnen en tussen bestudeerde samenlevingen uitleggen.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL3.6 De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit uitleggen.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL3.7 De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling uitleggen.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Chronologisch bewustzijn

  • 5.2.GL3.8 De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: oudheid, middeleeuwen, hedendaagse tijd.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Perspectieven

  • 5.2.GL3.9 De leerlingen kunnen een onderscheid tussen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden benoemen.nog niet uitgewerkt

Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Erfgoed identiteit betekenis relatie verleden-heden

  • 5.3.GL3.1 De leerlingen kunnen toelichten hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.nog niet uitgewerkt
  • 5.3.GL3.2 De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen; (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.nog niet uitgewerkt

Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Burgerschap

  • 5.3.GL3.3 De leerlingen kunnen principes van een democratische rechtsstaat herkennen in de bestudeerde samenlevingen uit het verleden.nog niet uitgewerkt
  • 5.3.GL3.4 De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat uitleggen: <span>verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid</span> .nog niet uitgewerkt

Aardrijkskunde

Stand van uitwerking: 0 van de 40 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (40) en hun uitwerking

Topografie › Topografisch referentiekader

  • 4.1.GL3.1 De leerlingen kunnen de ligging van de oceanen observeren.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.2 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de werelddelen: Afrika, Antarctica, Azië, Europa, Oceanië, Noord-Amerika en Zuid-Amerika;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.3 De leerlingen kunnen de ligging van plaatsen uit de actualiteit en uit de geschiedenis observeren.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.4 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de eigen regio;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.5 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de Belgische provincies;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.6 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de gemeenschappen;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.7 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Schelde, Maas en IJzer;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.8 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal regio's van België: kuststreek, Ardennen;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.9 De leerlingen kunnen de ligging van de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen observeren.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.10 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de buurlanden van België;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.11 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Middellandse Zee;nog niet uitgewerkt

Topografie › Relatieve en absolute ligging

  • 4.1.GL3.12 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot relatieve ligging: de tussenwindrichtingen, het noordoosten, het zuidoosten, het zuidwesten, het noordwesten, NO, ZO, ZW, NW.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL3.13 De leerlingen kunnen de volgende begrippen met betrekking tot absolute plaatsbepaling verkennen: de evenaar, het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Aarde en atmosfeer

  • 4.2.GL3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot kenmerken van de aarde en haar atmosfeer: 'de blauwe planeet';nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot kenmerken van de aarde en haar atmosfeer: het zoet en zout water;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot kenmerken van de aarde en haar atmosfeer: de atmosfeer.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Landschappen

  • 4.2.GL3.4 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: stedelijk, landelijk;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.5 De leerlingen kunnen van elementen in het (afgebeelde) landschap de functie van menselijke infrastructuur benoemen.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen: vlakte, plateau, heuvelland, gebergte.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.7 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: het reliëf: de bergketen, het zeeniveau, de horizonlijn, de hoogte, het hoogteverschil.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de akkerbouw, de veeteelt, de gemengde landbouw, de tuinbouw, de glastuinbouw.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.9 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouwprocessen: irrigatie;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de verwerking en de distributie van gewassen;nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Weer en klimaat

  • 4.2.GL3.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: de hittegolf;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.12 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: de sneeuwstorm;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.13 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: de waterbom.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Kosmografie

  • 4.2.GL3.14 De leerlingen kennen de duur en de richting van de beweging van de aarde om haar as.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.15 De leerlingen kunnen het ritme van dag en nacht uitleggen.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.16 De leerlingen kennen de duur van de beweging van de maan om de aarde.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL3.17 De leerlingen weten dat we de maan in verschillende gestalten zien.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Ruimtelijke vaardigheden

  • 4.3.GL3.1 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kaart;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.2 De leerlingen kunnen een route op een plattegrond uitstippelen.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.3 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief oriëntatie, windrichtingen;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.4 De leerlingen kunnen voorgestelde elementen op een analoge en digitale kaart lokaliseren.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.5 De leerlingen kunnen het werken met een legende verkennen.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig onderzoek

  • 4.3.GL3.6 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundig onderzoek: gegevens uit weersvoorspellingen gebruiken: temperatuur, neerslag, windrichting en bewolking.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.7 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: aardrijkskundige staafgrafieken bespreken.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig denken

  • 4.3.GL3.8 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 3de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.9 De leerlingen kunnen de gevolgen van een gebeurtenis voor de aarde en de mensen vaststellen.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL3.10 De leerlingen kunnen vanuit kennis over een specifieke duurzaamheidskwestie debatteren over waarom ze al dan niet willen bijdragen aan een duurzame wereld.nog niet uitgewerkt

Wetenschap

Stand van uitwerking: 0 van de 52 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (52) en hun uitwerking

Organismen › Classificatie van organismen

  • 3.1.GL3.1 De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de schimmels.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.2 De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de spinachtigen.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.3 De leerlingen kunnen schimmels beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.4 De leerlingen kunnen schimmels beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.5 De leerlingen kunnen spinachtigen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.6 De leerlingen kunnen spinachtigen beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.7 De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.8 De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.9 De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vogels, de vissen, de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.nog niet uitgewerkt

Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen

  • 3.1.GL3.10 De leerlingen kennen het volgende begrip: de metamorfose.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het ei, de larve, de pop, het imago.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL3.12 De leerlingen kennen de levenscyclus van insecten.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving

  • 3.2.GL3.1 De leerlingen kennen het volgende begrip: de voedselketen.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.2 De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vier van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.3 De leerlingen kennen een voedselketen bestaande uit drie organismen.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.4 De leerlingen weten dat een voedselketen start bij flora.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen

  • 3.2.GL3.5 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de schimmeldraden, de buisjes, de plaatjes, de zwamvlok, de ring, het vruchtlichaam.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de antennes, de facetogen, het segment.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.7 De leerlingen kennen de paddenstoel als vruchtlichaam van een schimmel.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen

  • 3.2.GL3.10 De leerlingen weten dat planten hun voedsel in de bladeren maken met behulp van zonlicht.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.11 De leerlingen weten dat schimmels hun energie uit organisch materiaal halen.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL3.12 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden het verschil beschrijven tussen de groei van planten en schimmels op basis van hun energiebron.nog niet uitgewerkt

Menselijk lichaam › Fysieke functies van de mens

  • 3.3.GL3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de beweging, de spieren, de pezen, het skelet, de steun, de gewrichten.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL3.2 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: beweging.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL3.3 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: steun (skelet).nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL3.4 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de beweging op het eigen lichaam aanduiden en benoemen.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL3.5 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de steun op het eigen lichaam aanduiden en benoemen.nog niet uitgewerkt

Materie › Eigenschappen van materie

  • 3.4.GL3.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: vaste stof, vloeistoffen en gas.nog niet uitgewerkt
  • 3.4.GL3.1 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.nog niet uitgewerkt
  • 3.4.GL3.2 De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de thermische geleidbaarheid.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Verandering van aggregatietoestand

  • 3.5.GL3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de aggregatietoestand, vast, vloeibaar, gasvormig, smelten, stollen, verdampen, condenseren, het smeltpunt, het kookpunt.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.2 De leerlingen kennen aggregatietoestanden: de faseovergangen.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.3 De leerlingen kunnen aggregatietoestanden van water benoemen: ijs, water en waterdamp.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.4 De leerlingen kennen aggregatietoestanden: de relatie tussen temperatuur en faseovergangen.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Energie en warmte

  • 3.5.GL3.5 De leerlingen kennen het volgende begrip: de thermische energie.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.6 De leerlingen kennen het volgende begrip: de energie-omzetting.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.7 De leerlingen kennen energie en energievormen: thermische energie.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.8 De leerlingen kennen toepassingen van thermische energie.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.9 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van energie-omzetting.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Licht

  • 3.5.GL3.10 De leerlingen weten dat schaduwen ontstaan door de rechtlijnige beweging van licht.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.11 De leerlingen kunnen een schaduw groter of kleiner maken door de positie van de lichtbron of het voorwerp te variëren.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.12 De leerlingen weten dat licht kan terugkaatsen op zeer gladde, spiegelende oppervlakken.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.13 De leerlingen kunnen met spiegels de richting van een lichtstraal veranderen.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme

  • 3.5.GL3.14 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het magnetisme, de magnetische kracht.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.15 De leerlingen kennen het volgende begrip: het magnetisch veld.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.16 De leerlingen weten dat tegenovergestelde polen elkaar aantrekken en gelijke polen elkaar afstoten.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.17 De leerlingen kennen magnetisme: - polen, noordpool, zuidpool, magnetische kracht; - aarde als magneet.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.18 De leerlingen weten dat de aarde een magnetisch veld heeft.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL3.19 De leerlingen kunnen met een magneet en een kompas aantonen dat een magneet een kracht uitoefent op afstand door de richting van de kompasnaald te laten veranderen.nog niet uitgewerkt

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

  • 3.7.GL3.7 De leerlingen kennen het volgende begrip: de onderzoeksvraag, de conclusie.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL3.1 De leerlingen kennen deze stappen van een onderzoek: de onderzoeksvraag, de voorspelling, de test, de conclusie.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL3.2 De leerlingen kunnen een eenvoudig onderzoek plannen en uitvoeren.nog niet uitgewerkt

Daarnaast 1 plusdoel in dit leerjaar: zie plusdoelen.

Techniek

Stand van uitwerking: 0 van de 13 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (13) en hun uitwerking

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

  • 3.7.GL3.6 De leerlingen kennen het volgende begrip: de ontwerpvraag.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL3.3 De leerlingen kennen deze stappen in een eenvoudig ontwerpproces: probleem herkennen, idee bedenken, materiaal kiezen, realiseren, testen.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL3.4 De leerlingen kunnen een ontwerp realiseren.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL3.5 De leerlingen kunnen reflecteren op hun ontwerp en suggesties doen voor verbetering.nog niet uitgewerkt

Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

  • 3.6.GL3.2 De leerlingen kennen het volgende begrip: de uitvinding.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.1 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven dat techniek voordelen en nadelen heeft.nog niet uitgewerkt

Technologie › Technische systemen hanteren

  • 3.6.GL3.3 De leerlingen kennen minstens dit basisgereedschap voor montage en demontage: de platte bektang, de zijkniptang, de ronde bektang.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.4 De leerlingen kunnen technische systemen monteren aan de hand van een stappenplan en daarbij geschikt gereedschap en geschikte verbindingen gebruiken.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.5 De leerlingen kunnen technische systemen demonteren aan de hand van een stappenplan en daarbij het geschikte gereedschap gebruiken.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.6 De leerlingen kunnen vaststellen waarom een technisch systeem (deels) niet werkt en mogelijke oplossingen uittesten.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.9 De leerlingen kunnen een stappenplan volgen.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL3.7 De leerlingen kunnen verbindingen aanpassen om een constructie te verbeteren.nog niet uitgewerkt

Technologie › Technische systemen beschrijven

  • 3.6.GL3.8 De leerlingen weten hoe onderdelen samenwerken in een technisch systeem.nog niet uitgewerkt