Op.stap · mijn leerjaar
4de leerjaar
Kennisdossiers en Op.stap-doelen voor het 4de leerjaar, per vakgebied.
Ander leerjaar:
Geschiedenis
Stand van uitwerking: 0 van de 31 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (31) en hun uitwerking
Kennis van het verleden › Middeleeuwen
- 5.1.GL4.10 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: rechtspraak, machtsverhoudingen en ongelijkheid, de keure van Kortenberg.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.11 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: de Bourgondiërs.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.1 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, Mohammed, Mekka, Medina.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.2 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: het ontstaan en de verspreiding van de islam, kaliefen, schisma tussen sjiieten en soennieten.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.3 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Bagdad (huis van wijsheid), geleerden.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.4 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Arabische kunst.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.5 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Al-Andaluz, de moskee van Cordoba, het Alhambra.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.6 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in de Arabische wereld overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: kennisontwikkeling, Al-Ghazali.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.7 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Hildegard van Bingen.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.8 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, Maimonides.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.9 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de middeleeuwen gedurende contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: interculturele contacten, conversos, de Reconquista.nog niet uitgewerkt
Kennis van het verleden › Vroegmoderne tijd
- 5.1.GL4.12 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Karel V, Duitse Rijk.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.13 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Frankrijk, Lodewijk XIV.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.14 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: imperialisme, Karel V.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.15 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: boekdrukkunst, Antwerpen, Plantijn.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL4.16 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: religieuze conflicten, de Vrede van Westfalen.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Bronnengebruik
- 5.2.GL4.1 De leerlingen kennen het verschil tussen bron en bewijs.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.2 De leerlingen kennen typische vragen om te stellen over aangereikte bronnen: hoe en waarom een bron is gemaakt, wanneer en waar een bron is gemaakt.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.3 De leerlingen weten wat paleontologen, archeologen en historici doen.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.4 *De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de prehistorie, de oudheid, de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd noemen.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Historisch redeneren
- 5.2.GL4.5 De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen onderscheiden binnen en tussen bestudeerde samenlevingen.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.6 De leerlingen kunnen aspecten van verandering en continuïteit bespreken.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.7 De leerlingen kunnen oorzaken en gevolgen van een gebeurtenis of een ontwikkeling verklaren.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Chronologisch bewustzijn
- 5.2.GL4.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het verleden, het heden, de toekomst, de periode, de duur, geschiedenis.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.9 De leerlingen kennen de tijdsaanduidingen: v.o.t. en o.t.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL4.10 De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, hedendaagse tijd.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Perspectieven
- 5.2.GL4.11 De leerlingen kunnen een onderscheid tussen een perspectief van mensen in het verleden en een hedendaags perspectief op het verleden begrijpen.nog niet uitgewerkt
Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Erfgoed identiteit betekenis relatie verleden-heden
- 5.3.GL4.1 De leerlingen kunnen uitleggen hoe persoonlijke identiteit mee gevormd wordt door het verleden: familiebanden, aandenken.nog niet uitgewerkt
- 5.3.GL4.2 De leerlingen weten dat ontwikkelingen in de bestudeerde samenlevingen een invloed hebben uitgeoefend op hedendaagse samenlevingen: (on)vrijheid, (on)gelijkheid, (on)verdraagzaamheid, oorlog en vrede, erfgoed.nog niet uitgewerkt
Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Burgerschap
- 5.3.GL4.3 De leerlingen kunnen principes van een democratische rechtsstaat herkennen in de bestudeerde samenlevingen uit het verleden.nog niet uitgewerkt
- 5.3.GL4.4 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: verkiezingen, vertegenwoordiging, macht, rechten, plichten, regels, afspraken, gelijkheid.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskunde
Stand van uitwerking: 0 van de 49 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (49) en hun uitwerking
Topografie › Topografisch referentiekader
- 4.1.GL4.1 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische Oceaan;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.2 De leerlingen kunnen de ligging van plaatsen uit de actualiteit en uit de geschiedenis observeren.nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.3 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de Belgische provincies met hun hoofdplaatsen;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.4 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de gewesten;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.5 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal regio's in België: Kempen, Hoge Venen;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.6 De leerlingen kunnen de ligging van de landen van de Europese Unie observeren.nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL4.7 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de vulkaan: de Etna.nog niet uitgewerkt
Topografie › Relatieve en absolute ligging
- 4.1.GL4.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot absolute plaatsbepaling: de nulmeridiaan, de evenaar, het noordelijk halfrond, het zuidelijk halfrond, het oostelijk halfrond, het westelijk halfrond.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Aarde en atmosfeer
- 4.2.GL4.1 De leerlingen kennen het concept waterkringloop: verdamping, condensatie, wolken, neerslag, grondwater, oppervlaktewater.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot kenmerken van de aarde en haar atmosfeer: de verschillende lagen van de aarde en hun relatieve temperatuur.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.3 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van vulkanen: waarom vulkanen uitbarsten: magma, lava, vulkaanpijp, krater;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.4 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van vulkanen: hoe vulkanen het landschap en menselijke activiteiten (landbouw, toerisme) kunnen beïnvloeden: aswolk, mineralen.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Landschappen
- 4.2.GL4.5 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de riviervorming en -processen: de bron, de typische kenmerken van beneden-, midden- en bovenloop van rivieren, het eroderen, het afzetten, de waterval, de meander, het estuarium, de delta;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de riviervorming en -processen: de smeltende ijskappen en gletsjers;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.7 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de dam, het reservoir, de waterkracht;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het water als hulpbron: de vervuiling van waterhabitats;nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Indicatoren
- 4.2.GL4.9 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot bevolking: de bevolkingsdichtheidnog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot bevolking: patronen van bevolkingsspreiding in een land of regio;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot bevolking: manieren om de diversiteit van de bevolking te beschrijven: de etniciteit, de religie, de leeftijd.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.12 De leerlingen kennen verklarende factoren die verandering in bevolkingsaantallen beïnvloeden: migratie; geboortecijfer; industrialisatie en verstedelijking.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Weer en klimaat
- 4.2.GL4.13 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot klimaatspecifieke en extreme weersverschijnselen: de orkaan, de tyfoon;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.14 De leerlingen weten dat het weer beschreven wordt op basis van kenmerken van de windrichting en de windsnelheid.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.15 De leerlingen kennen het verschil tussen weer en klimaat.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.16 De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: polair.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.17 De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: tropisch.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.18 De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: gematigd.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Kosmografie
- 4.2.GL4.19 De leerlingen kennen de namen van de planeten binnen ons zonnestelsel.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.20 De leerlingen verkennen het verschil tussen een planeet en een exoplaneet.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL4.21 De leerlingen kennen de relatie tussen de beweging van de aarde en dag/nacht, tijdszones.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Ruimtelijke vaardigheden
- 4.3.GL4.1 De leerlingen kunnen een route op een analoge kaart uitvoeren.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.2 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: kompas;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.3 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardijkskundige vaardigheden: zichzelf oriënteren met behulp van verschillende methoden: zon;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.4 De leerlingen kunnen met betrekkingen tot aardrijkskundige vaardigheden: landschappen schetsen om menselijke en natuurlijke aspecten schematisch weer te geven;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.5 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een digitale en analoge kaart hanteren, inclusief werken met legende, oriëntatie, (tussen)windrichtingen;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.6 De leerlingen kunnen een route op een analoge kaart uitstippelen.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.7 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: werken met register;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.8 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: werken met vakcoördinaten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.9 De leerlingen kunnen een route op een digitale routeplanner uitvoeren.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.10 De leerlingen kunnen een route met een digitale routeplanner uitstippelen.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig onderzoek
- 4.3.GL4.11 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundig onderzoek: instrumenten gebruiken om neerslag (pluviometer) te meten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.12 De leerlingen kunnen de thermometer gebruiken om de temperatuur te meten.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.13 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundig onderzoek: observaties en instrumenten gebruiken om windrichting (vlaggen, bomen, rook, windvaan) te meten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.14 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundig onderzoek: observaties en instrumenten gebruiken om windsnelheid (anemometer) te meten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.15 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: aardrijkskundige lijngrafieken bespreken.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig denken
- 4.3.GL4.16 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 4de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.17 De leerlingen kunnen de gevolgen van een gebeurtenis voor de aarde en de mensen vaststellen.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.18 De leerlingen kunnen vanuit kennis over een specifieke duurzaamheidskwestie debatteren over waarom ze al dan niet willen bijdragen aan een duurzame wereld.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.19 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 4de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: interactie op verschillende schalen;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL4.20 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 4de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: verandering in de tijd, inclusief de toekomst.nog niet uitgewerkt
Wetenschap
Stand van uitwerking: 0 van de 60 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (60) en hun uitwerking
Organismen › Classificatie van organismen
- 3.1.GL4.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de gewervelde dieren, de ongewervelde dieren, de gewervelden, de ongewervelden.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.2 De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de amfibieën.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.3 De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.4 De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.5 De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.6 De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.7 De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.nog niet uitgewerkt
Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen
- 3.1.GL4.8 De leerlingen kennen het volgende begrip: de levenscyclus.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.9 De leerlingen kennen het volgende begrip: het volwassen dier.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.10 De leerlingen kennen de levenscyclus van amfibieën.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.11 De leerlingen kennen de fasen van lichamelijke groei en ontwikkeling bij de mens.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL4.12 De leerlingen kunnen verschillen en overeenkomsten beschrijven bij de voortplanting van fauna.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
- 3.2.GL4.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de biotoop, de voedselkringloop, de voedselpiramide.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de producenten, de consumenten, de reducenten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de preventie, het hergebruik, de recyclage, het verbranden en het storten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.4 De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vijf van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.5 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van relaties tussen organismen onderling en hun omgeving.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.6 De leerlingen kennen de rol van organismen in de voedselkringloop: producenten, consumenten, reducenten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.7 De leerlingen kunnen de voedselpiramide beschrijven door aan te tonen hoe dieren zich voeden met dieren en/of planten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.8 De leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.9 De leerlingen kunnen beschrijven waarom afval sorteren, recycleren en hergebruiken belangrijk is voor een duurzame samenleving.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen
- 3.2.GL4.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen: koudbloedig, warmbloedig.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.11 De leerlingen kennen het volgende begrip: het transport.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.12 De leerlingen kennen de functie van de verschillende delen van een plant: wortel, stengel, stam, bladeren, bloemen, vruchten, zaad.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.13 De leerlingen weten dat stoffen worden getransporteerd binnen dieren en planten.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.14 De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen benoemen tussen ouders en nakomelingen bij mens en dier.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen
- 3.2.GL4.20 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voedingsmiddelen, de bouwstof, de brandstof, de beschermende stof.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.15 De leerlingen kennen de functies van voedsel: bouwstof, brandstof, beschermende stof.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.16 De leerlingen kunnen het belang van gevarieerde voeding toelichten in functie van bouwstof, brandstof en beschermende stof.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.17 De leerlingen weten dat planten groeien wanneer ze zonlicht, water en warmte krijgen.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.18 De leerlingen weten dat planten voedingsstoffen uit de bodem nodig hebben om te groeien.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL4.19 De leerlingen kunnen onderzoeken dat planten groeien wanneer ze zonlicht, water en warmte krijgen.nog niet uitgewerkt
Menselijk lichaam › Fysieke functies van de mens
- 3.3.GL4.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de spijsvertering, het volwassen gebit, de lever, de darmen, de anus.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL4.2 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: spijsvertering.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL4.3 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de spijsvertering op het eigen lichaam aanduiden en benoemen.nog niet uitgewerkt
Materie › Eigenschappen van materie
- 3.4.GL4.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de materie, natuurlijk, synthetisch.nog niet uitgewerkt
- 3.4.GL4.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: omkeerbare reactie, niet-omkeerbare reactie.nog niet uitgewerkt
- 3.4.GL4.1 De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de oplosbaarheid.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Geluid
- 3.5.GL4.1 De leerlingen kennen het volgende begrip: de trilling.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.2 De leerlingen kennen het volgende begrip: de toonhoogte.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.3 De leerlingen kennen geluid: ontstaan van geluid: trilling.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.4 De leerlingen weten dat geluid ontstaat door trillingen die zich voortplanten in lucht, vloeistoffen en vaste stoffen.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.5 De leerlingen weten dat sommige soorten materie geluid beter doorgeven dan andere.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.6 De leerlingen kennen geluid: toonhoogte of frequentie.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging
- 3.5.GL4.10 De leerlingen kennen het volgende begrip: de massa.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de plaats, de weerstand, de richting.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.7 De leerlingen weten dat voorwerpen kunnen vallen onder invloed van de zwaartekracht.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.8 De leerlingen kennen kracht en beweging: de relatie tussen kracht en de verandering van de beweging bij een bepaalde massa.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.9 De leerlingen kennen kracht en beweging: de relatie tussen massa en de verandering van de beweging bij een bepaalde kracht.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
- 3.5.GL4.15 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de elektrische schakeling, de stroomkring.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.16 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de energiebron, de verbruiker.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.12 De leerlingen weten dat een eenvoudige elektrische schakeling bestaat uit onderdelen die correct verbonden zijn.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.13 De leerlingen kunnen de onderdelen van een elektrische schakeling aanduiden: de energiebron, de lamp, de schakelaar, de verbruiker.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL4.14 De leerlingen kunnen de onderdelen van een elektrische schakeling verbinden tot een werkende stroomkring.nog niet uitgewerkt
Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
- 3.7.GL4.4 De leerlingen kennen het volgende begrip: de hypothese.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.5 De leerlingen kennen het volgende begrip: eerlijk onderzoeken.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.1 De leerlingen kennen het concept van onderzoeksvraag en hypothese.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.2 De leerlingen kunnen een voorafgaand opgezet eerlijk onderzoek uitvoeren.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.3 De leerlingen kunnen systematisch waarnemingen noteren.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.8 De leerlingen kunnen conclusies trekken.nog niet uitgewerkt
Daarnaast 2 plusdoelen in dit leerjaar: zie plusdoelen.
Techniek
Stand van uitwerking: 0 van de 14 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (14) en hun uitwerking
Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
- 3.7.GL4.6 De leerlingen kennen ontwerpen als een manier om aan een behoefte te voldoen.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL4.7 De leerlingen kunnen met concreet materiaal en gegeven criteria een ontwerp bedenken en realiseren om aan een behoefte te voldoen.nog niet uitgewerkt
Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
- 3.6.GL4.1 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe ontwerpkeuzes in technische systemen afgestemd zijn op gebruikerswensen en beperkingen.nog niet uitgewerkt
Technologie › Technische systemen hanteren
- 3.6.GL4.2 De leerlingen kennen minstens dit basisgereedschap voor montage en demontage: de waterpas, de ringsleutel, de steeksleutel, het schuurblok, de handzaag, de zaagbeugel.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.12 De leerlingen kennen basisgereedschap voor montage en demontage.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.3 De leerlingen kunnen technische systemen monteren aan de hand van een stappenplan en daarbij geschikt gereedschap, geschikte materialen en geschikte verbindingen kiezen en gebruiken.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.4 De leerlingen kunnen technische systemen demonteren aan de hand van een stappenplan en daarbij passende gereedschappen gebruiken om onderdelen, verbindingen en herbruikbare materialen te scheiden.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.5 De leerlingen kunnen basisvaardigheden toepassen bij het monteren en demonteren van technische systemen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.6 De leerlingen kunnen de werking van een technisch systeem beschrijven aan de hand van onderdelen, materialen en verbindingen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.11 De leerlingen kunnen een stappenplan volgen.nog niet uitgewerkt
Technologie › Technische systemen beschrijven
- 3.6.GL4.9 De leerlingen kennen het volgende begrip: de onderdelen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.7 De leerlingen kunnen de werking van een technisch systeem beschrijven aan de hand van onderdelen, materialen en verbindingen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.8 De leerlingen kunnen verwoorden hoe vormgeving en design een rol spelen bij het gebruik van technische systemen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL4.10 De leerlingen kunnen verwoorden waarom ze een bepaalde verbinding kiezen.nog niet uitgewerkt