Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.4.GL4.1
De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de oplosbaarheid.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat sommige stoffen oplossen in water en andere niet. Ze onderzoeken wat er gebeurt wanneer ze verschillende vormen van materie, zoals zout, suiker en olie, mengen met water. Ze vergelijken hun waarnemingen: verdwijnt de stof in het water, blijft ze zichtbaar, zakt ze naar de bodem, blijft ze drijven of vormt ze een aparte laag? Zo ontdekken leerlingen dat oplosbaarheid een eigenschap is waarmee je materie kunt onderzoeken en vergelijken.
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, waarnemen, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren eenzelfde test uit met verschillende stoffen, zodat ze eerlijk kunnen vergelijken. Ze gebruiken bijvoorbeeld telkens dezelfde hoeveelheid water, dezelfde hoeveelheid stof en roeren even lang. Daarna beschrijven ze wat ze zien.
Voorbeelden:
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, waarnemen, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren eenzelfde test uit met verschillende stoffen, zodat ze eerlijk kunnen vergelijken. Ze gebruiken bijvoorbeeld telkens dezelfde hoeveelheid water, dezelfde hoeveelheid stof en roeren even lang. Daarna beschrijven ze wat ze zien.
Voorbeelden:
- De leerlingen onderzoeken de oplosbaarheid van zout in water. Ze voegen zout toe aan water, roeren en nemen waar dat het zout niet meer zichtbaar is.
- De leerlingen onderzoeken de oplosbaarheid van suiker in water. Ze voegen suiker toe, roeren en vergelijken wat er gebeurt met het zout.
- De leerlingen onderzoeken olie in water. Ze merken dat olie niet op dezelfde manier oplost, maar zichtbaar blijft en vaak als aparte laag op het water blijft drijven.
- De leerlingen vergelijken zout, suiker en olie: “Zout en suiker verdwijnen in het water na roeren, olie blijft zichtbaar.”
- De leerlingen onderzoeken ook andere stoffen, zoals zand, bloem of rijst, en vergelijken of die oplossen, bezinken of blijven zweven.
- De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen om hun waarneming te beschrijven: “Deze stof lost op”, “Deze stof lost niet op”, “Deze stof blijft bovenaan liggen”, “Deze stof zakt naar beneden.”
- De leerlingen ordenen de onderzochte stoffen in twee groepen: lost op in water en lost niet op in water.
- Onderzoeksvraag: Welke stoffen lossen op in water?
- Voorspelling: De leerlingen voorspellen wat er zal gebeuren met zout, suiker en olie in water.
- Test: De leerlingen voegen telkens dezelfde hoeveelheid stof toe aan dezelfde hoeveelheid water en roeren op dezelfde manier.
- Waarneming: De leerlingen kijken wat er gebeurt: lost de stof op, blijft ze zichtbaar, zakt ze of drijft ze?
- Vergelijking: De leerlingen vergelijken de resultaten van zout, suiker en olie.
- Conclusie: De leerlingen verwoorden welke stoffen oplosbaar zijn in water en welke niet.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GL3.1 3de leerjaar · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.
- 3.4.GL3.2 3de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de thermische geleidbaarheid.
Volgt na (after)
- 3.4.GL5.1 5de leerjaar · De leerlingen weten dat alle materie uit deeltjes bestaat.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.7.GL4.4 4de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de hypothese.
- 3.7.GL4.5 4de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: eerlijk onderzoeken.
- 3.7.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kunnen systematisch waarnemingen noteren.
- 3.7.GL4.2 4de leerjaar · De leerlingen kunnen een voorafgaand opgezet eerlijk onderzoek uitvoeren.
- 3.7.GL4.1 4de leerjaar · De leerlingen kennen het concept van onderzoeksvraag en hypothese.