Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)
3.4.GL3.1
De leerlingen kunnen voorbeelden geven van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat materie in verschillende vormen kan voorkomen. Ze herkennen en benoemen concrete voorbeelden van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen uit hun omgeving. De nadruk ligt op het kunnen geven van voorbeelden en het correct onderbrengen van herkenbare stoffen in de juiste groep.
Bij dit doel is het belangrijk om te vertrekken vanuit dagelijkse ervaringen. Leerlingen zien dat sommige materie een vaste vorm heeft, zoals hout of steen. Andere materie kan vloeien of gegoten worden, zoals water, melk, honing of ketchup. Gassen zijn vaak minder zichtbaar, maar kunnen wel worden ervaren of besproken, zoals lucht in een ballon, parfumgeur in de klas of aardgas als gasvormige brandstof.
Voorbeelden:
Bij dit doel is het belangrijk om te vertrekken vanuit dagelijkse ervaringen. Leerlingen zien dat sommige materie een vaste vorm heeft, zoals hout of steen. Andere materie kan vloeien of gegoten worden, zoals water, melk, honing of ketchup. Gassen zijn vaak minder zichtbaar, maar kunnen wel worden ervaren of besproken, zoals lucht in een ballon, parfumgeur in de klas of aardgas als gasvormige brandstof.
Voorbeelden:
- De leerling geeft voorbeelden van vloeistoffen, zoals water, melk, honing en ketchup.
- De leerling merkt dat vloeistoffen kunnen vloeien, gegoten worden of de vorm aannemen van het potje of glas waarin ze zitten.
- De leerling geeft voorbeelden van vaste stoffen, zoals hout, steen, plastic, wol, spons, zand, bloem en suiker.
- De leerling merkt dat vaste stoffen vaak een eigen vorm hebben of uit kleine vaste deeltjes kunnen bestaan, zoals zandkorrels, bloem of suiker.
- De leerling geeft voorbeelden van gassen, zoals lucht, parfumgassen en aardgas.
- De leerling ervaart dat lucht aanwezig is, bijvoorbeeld door een ballon op te blazen, wind te voelen of lucht te verplaatsen met een waaier.
- De leerling herkent dat parfumgassen zich kunnen verspreiden, bijvoorbeeld wanneer je een geur ruikt nadat parfum in de ruimte werd verstoven.
- De leerling sorteert voorbeelden in drie groepen: vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.
- De leerling verwoordt met ondersteuning: “Water is een vloeistof”, “Hout is een vaste stof” en “Lucht is een gas.”
- Vloeistoffen: water, melk, honing, ketchup …
- Vaste stoffen: hout, steen, plastic, wol, spons, zand, bloem, suiker …
- Gassen: lucht, parfumgassen, aardgas …
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GL2.1 2de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de waterdichtheid.
Volgt na (after)
- 3.4.GL4.1 4de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de oplosbaarheid.