Op.stap-doel · 2de leerjaar (G)
3.4.GL2.1
De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de waterdichtheid.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat materie of materialen verschillend kunnen reageren wanneer ze in contact komen met water. Sommige materialen laten water door of nemen water op, terwijl andere materialen water tegenhouden. Door materialen op eenzelfde manier te testen, ontdekken leerlingen welke materialen waterdicht, waterdoorlatend of wateropnemend zijn.
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren een eenvoudige test uit waarbij ze op elk materiaal dezelfde hoeveelheid water aanbrengen. Na een vast tijdstip kijken ze wat er gebeurd is: is het water doorgelaten, opgenomen, blijven liggen of afgepareld? Daarna vergelijken ze de materialen en trekken ze een eenvoudige conclusie.
Voorbeelden:
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren een eenvoudige test uit waarbij ze op elk materiaal dezelfde hoeveelheid water aanbrengen. Na een vast tijdstip kijken ze wat er gebeurd is: is het water doorgelaten, opgenomen, blijven liggen of afgepareld? Daarna vergelijken ze de materialen en trekken ze een eenvoudige conclusie.
Voorbeelden:
- De leerlingen onderzoeken hoe ze ervoor kunnen zorgen dat een beer niet nat wordt wanneer ze hem meenemen op de fiets. Ze testen verschillende materialen om na te gaan welk materiaal geschikt is om de beer droog te houden.
- De leerlingen vergelijken materialen zoals karton, plastic, tegel en steen op hun waterdoorlaatbaarheid. Ze brengen op elk materiaal dezelfde hoeveelheid water aan en kijken na een vast tijdstip hoeveel water wordt doorgelaten of opgenomen.
- De leerling merkt dat karton water kan opnemen en daardoor nat of slap kan worden.
- De leerling merkt dat plastic water meestal tegenhoudt en daarom geschikt kan zijn om iets droog te houden.
- De leerling merkt dat een tegel of steen weinig of geen water doorlaat, maar dat water soms op het oppervlak blijft liggen.
- De leerling vergelijkt de resultaten en zegt bijvoorbeeld: “Plastic houdt het water tegen”, “Karton wordt nat” of “Deze materie laat geen water door.”
- De leerling kiest op basis van het onderzoek een geschikt materiaal om de beer te beschermen tegen regen, bijvoorbeeld plastic of een ander waterdicht materiaal.
- De leerling gebruikt de richtinggevende woordenschat in eenvoudige zinnen: “Deze materie is waterdicht”, “Deze materie neemt water op” of “Deze materie laat water door.”
- Onderzoeksvraag: Welk materiaal houdt onze beer droog?
- Voorspelling: De leerlingen voorspellen welk materiaal water zal tegenhouden.
- Test: De leerlingen brengen dezelfde hoeveelheid water aan op elk materiaal.
- Waarneming: De leerlingen kijken wat er met het water gebeurt na een vast tijdstip.
- Vergelijking: De leerlingen vergelijken welke materialen water opnemen, doorlaten of tegenhouden.
- Conclusie: De leerlingen kiezen het materiaal dat het meest geschikt is om de beer droog te houden.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GL1.1 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de hardheid.
- 3.4.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de breekbaarheid.
Volgt na (after)
- 3.4.GL3.1 3de leerjaar · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen.
- 3.4.GL3.2 3de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de thermische geleidbaarheid.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL2.3 2de leerjaar · De leerlingen kunnen toepassingen benoemen van gerecycleerd afval.