Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)

3.4.GL1.1

De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de hardheid.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Materie
Subdomein
Eigenschappen van materie
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
1ste leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel bc001282-9a52-47ec-913a-7d6cd1492bd3

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat materialen kunnen verschillen in hardheid. Ze onderzoeken dit door eenzelfde handeling uit te voeren op verschillende materialen en daarna te vergelijken wat er gebeurt. Een hard materiaal zal minder snel een duidelijke indruk, kras of beschadiging vertonen dan een zachter materiaal. De nadruk ligt op onderzoeken, waarnemen, vergelijken en verwoorden: leerlingen kijken niet alleen naar het materiaal, maar onderzoeken hoe het materiaal reageert op een kracht.
Bij dit doel is het belangrijk dat leerlingen eerlijk vergelijken: ze gebruiken bij voorkeur dezelfde nagel, dezelfde hamer of hetzelfde tikmateriaal en proberen telkens op een gelijkaardige manier te kloppen. Zo kunnen ze beter waarnemen welk materiaal harder of zachter is.
Voorbeelden:
  • De leerlingen kloppen met een hamer en nagel op het oppervlak van verschillende voorwerpen. Daarna onderzoeken en vergelijken ze de inslag: bij welk materiaal zie je een duidelijke indruk en bij welk materiaal bijna niet?
  • De leerling vergelijkt bijvoorbeeld een stukje hout, kurk, karton, plastic, steen of metaal en benoemt welk materiaal harder of zachter lijkt.
  • De leerling merkt dat een nagel makkelijker een afdruk maakt in een zachter materiaal, zoals kurk of zacht hout, dan in een hard materiaal, zoals steen of metaal.
  • De leerling voelt vooraf aan verschillende materialen en voorspelt welk materiaal het hardst zal zijn. Daarna controleert de leerling de voorspelling door te onderzoeken.
  • De leerling vergelijkt de sporen na het kloppen: “Hier zie ik een diepe put”, “Hier zie ik bijna niets”, “Dit materiaal is harder dan dat materiaal.”
  • De leerling ordent materialen van zachter naar harder, bijvoorbeeld: spons of kurk → hout → steen of metaal.
  • De leerling gebruikt de eigenschap hardheid om materialen te beschrijven: “Een steen is hard”, “Kurk is zachter”, “Metaal is harder dan karton.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.4.2 vierde leerjaarDe leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de hardheid, de breekbaarheid, de waterdichtheid, de thermische geleidbaarheid, de oplosbaarheid.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92763); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.4.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kunnen van gekende voorwerpen benoemen uit welke materie ze gemaakt zijn.
  • 3.4.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kunnen materie sorteren op basis van waarneembare eigenschappen.

Volgt na (after)

  • 3.4.GL2.1 2de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de waterdichtheid.

Samen te bekijken (together)

  • 3.2.GL1.5 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.7.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen gericht waarnemen tijdens een onderzoek.
  • 3.7.GL1.1 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen vragen formuleren bij een verschijnsel.