Op.stap-doel · 3de kleuter (G)
3.4.GK3.1
De leerlingen kunnen van gekende voorwerpen benoemen uit welke materie ze gemaakt zijn.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat één voorwerp uit één of meerdere vormen van materie of materialen kan bestaan. Ze kijken gericht naar gekende voorwerpen uit hun leefwereld en benoemen waaruit die gemaakt zijn. De nadruk ligt op herkennen, aanwijzen en verwoorden: leerlingen zeggen bijvoorbeeld niet alleen “dit is een pot”, maar ook “de pot is van glas” en “het deksel is van plastic”.
Bij derde kleuter kan dit heel concreet gebeuren met echte voorwerpen uit de klas, de eetmomenten, de bouwhoek, de verkleedhoek of de schoolomgeving. Leerlingen onderzoeken met begeleiding welke delen ze zien en voelen, en koppelen die delen aan materiaalwoorden zoals glas, plastic, hout, papier, stof, steen of metaal.
Voorbeelden:
Bij derde kleuter kan dit heel concreet gebeuren met echte voorwerpen uit de klas, de eetmomenten, de bouwhoek, de verkleedhoek of de schoolomgeving. Leerlingen onderzoeken met begeleiding welke delen ze zien en voelen, en koppelen die delen aan materiaalwoorden zoals glas, plastic, hout, papier, stof, steen of metaal.
Voorbeelden:
- De leerling zegt dat een pot bestaat uit glas en een plastic deksel.
- De leerling zegt dat een boek bestaat uit papier en eventueel een harde kaft van karton.
- De leerling zegt dat een stoel uit hout kan bestaan, of uit hout met metalen poten.
- De leerling zegt dat een raam uit glas bestaat.
- De leerling zegt dat een trui of knuffel uit stof bestaat.
- De leerling zegt dat een beker uit plastic, glas of metaal kan bestaan, afhankelijk van het voorbeeld dat voorligt.
- De leerling zegt dat een schaar uit verschillende materialen bestaat, bijvoorbeeld een metalen knipdeel en een plastic handvat.
- De leerling zegt dat een potlood uit hout bestaat en dat er binnenin een ander materiaal zit waarmee je schrijft.
- De leerling wijst onderdelen aan en benoemt: “Dit deel is van glas”, “Dit deel is van plastic”, “Dit deel is van stof.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.1 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kennen veelvoorkomende vormen van materie in hun omgeving.
- 3.4.GK2.2 2de kleuter · De leerlingen kunnen materie kiezen in functie van het gebruiksdoel.
Volgt na (after)
- 3.4.GL1.1 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de hardheid.
- 3.4.GL1.2 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de breekbaarheid.
Samen te bekijken (together)
- 3.7.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kunnen aangeleerde woordenschat inzetten om te redeneren over een wetenschappelijke vraag.
- 3.7.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kunnen observaties beschrijven.
- 3.2.GK3.3 3de kleuter · De leerlingen kunnen met ondersteuning afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.