Op.stap-doel · 2de kleuter (G)
3.4.GK2.1
De leerlingen kennen veelvoorkomende vormen van materie in hun omgeving.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat voorwerpen in hun omgeving uit verschillende vormen van materie of materialen kunnen bestaan. Ze herkennen en benoemen veelvoorkomende materialen zoals hout, steen, zand, papier, stof en glas in concrete situaties in de klas, op de speelplaats, thuis of in de schoolomgeving. De nadruk ligt op het kennen en gebruiken van de woorden bij herkenbare voorwerpen, nog niet op een abstracte wetenschappelijke definitie van materie.
Bij kleuters gebeurt dit best vanuit concrete waarneming en handelen. De leraar laat leerlingen materialen zien, voelen, vasthouden en vergelijken. Zo ontdekken leerlingen dat een tafel van hout kan zijn, een raam van glas, een tekening van papier, een trui van stof, een tegel of kiezel van steen en de zandbak gevuld met zand. Door de woorden telkens te koppelen aan echte voorwerpen, wordt de woordenschat betekenisvol opgebouwd.
Voorbeelden:
Bij kleuters gebeurt dit best vanuit concrete waarneming en handelen. De leraar laat leerlingen materialen zien, voelen, vasthouden en vergelijken. Zo ontdekken leerlingen dat een tafel van hout kan zijn, een raam van glas, een tekening van papier, een trui van stof, een tegel of kiezel van steen en de zandbak gevuld met zand. Door de woorden telkens te koppelen aan echte voorwerpen, wordt de woordenschat betekenisvol opgebouwd.
Voorbeelden:
- De leerling herkent hout in een houten blok, stoel, tafel, tak of speelgoed.
- De leerling herkent steen in een kiezel, tegel, muur of steen op de speelplaats.
- De leerling herkent zand in de zandbak of op de speelplaats.
- De leerling herkent papier in een tekenblad, boek, krant, kaartje of knutselmateriaal.
- De leerling herkent stof in een trui, doek, knuffel, gordijn of tapijt.
- De leerling herkent glas in een raam, potje of fles, met aandacht voor veilig omgaan met breekbaar materiaal.
- De leerling koppelt materiaal aan een voorwerp: “De tafel is van hout”, “Het raam is van glas”, “Mijn trui is van stof”, “Dit blad is van papier.”
- De leerling zoekt in de klas of schoolomgeving voorbeelden van hout, steen, zand, papier, stof en glas en benoemt die samen met de leraar.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.1 derde kleuterklas
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GJK.1 jongste kleuter · De leerlingen kunnen veelvoorkomende vormen van materie in hun omgeving herkennen.
Volgt na (after)
- 3.4.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kunnen van gekende voorwerpen benoemen uit welke materie ze gemaakt zijn.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen met ondersteuning afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.
- 3.2.GK2.5 2de kleuter · De leerlingen kunnen deze categorieën van afval herkennen: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.
- 6.3.GK2.7 Muzische vorming De leerlingen kennen de volgende begrippen: zacht, hard. (buiten de selectie van Kennisatlas)
- 6.3.GK2.8 Muzische vorming De leerlingen kunnen harde en zachte texturen onderscheiden. (buiten de selectie van Kennisatlas)