Op.stap-doel · 2de kleuter (G)

3.2.GK2.5

De leerlingen kunnen deze categorieën van afval herkennen: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
Cluster
Afval
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de kleuter
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 3b9fce83-e722-4298-8eba-0998b31b54a6

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De kleuters leren verschillende soorten afval herkennen aan de hand van concrete materialen, pictogrammen, kleuren, afvalbakken en dagelijkse situaties in de klas. De focus ligt nog niet op volledig zelfstandig en foutloos sorteren, maar op het herkennen van de vier categorieën: restafval, PMD, papier en karton en groenafval. De leraar vertrekt best vanuit afval dat echt ontstaat in de klas, bijvoorbeeld na het fruitmoment, koekmoment, lunchmoment, knutselen of opruimen.
In vergelijking met de jongste kleuters wordt de herkenning nu explicieter. Waar jongste kleuters vooral met ondersteuning afval sorteren in functionele situaties, leren tweede kleuters de categorieën zelf herkennen en benoemen. Dat vormt de opstap naar het volgende doel, waarbij ze met ondersteuning afval ook effectief in deze categorieën leren sorteren.
Voorbeelden:
  • De kleuter herkent een papierbak of bak voor papier en karton aan een pictogram, kleur of afbeelding.
  • De kleuter herkent dat een tekening, stuk karton, papieren zakje of doosje bij papier en karton kan horen.
  • De kleuter herkent dat een bananenschil, appelschil of restje fruit bij groenafval kan horen.
  • De kleuter herkent een bak voor PMD aan de kleur, afbeelding of het symbool op de afvalbak.
  • De kleuter herkent restafval als afval dat niet bij de andere gekende categorieën past, met ondersteuning van de leraar.
  • De kleuter kijkt samen met de leraar naar afval uit de klas en benoemt: “Dat is papier”, “Dat is groenafval”, “Dat hoort bij PMD”, “Dat is restafval.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.2.4 vierde leerjaarDe leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92748); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.2.GJK.3 jongste kleuter · De leerlingen kunnen met ondersteuning afval sorteren in functionele situaties.

Volgt na (after)

  • 3.2.GK3.3 3de kleuter · De leerlingen kunnen met ondersteuning afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.

Samen te bekijken (together)

  • 3.4.GK2.1 2de kleuter · De leerlingen kennen veelvoorkomende vormen van materie in hun omgeving.
  • 3.4.GK2.3 2de kleuter · De leerlingen kunnen materie sorteren op basis van een waarneembare eigenschap.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.2.GK2.6 2de kleuter · De leerlingen kunnen met ondersteuning afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.