Op.stap-doel · 1ste leerjaar (G)
3.4.GL1.2
De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de breekbaarheid.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat materialen verschillend reageren wanneer er kracht op wordt uitgeoefend. Sommige materialen buigen een beetje en keren daarna terug naar hun oorspronkelijke vorm. Andere materialen blijven vervormd, scheuren of breken. Door materialen op een veilige en gecontroleerde manier te belasten, ontdekken leerlingen dat breekbaarheid een eigenschap is waarmee je materialen kunt vergelijken.
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, waarnemen, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren een eenvoudige test uit, kijken wat er gebeurt en vergelijken verschillende materialen met elkaar. Ze leren daarbij woorden gebruiken zoals breekbaar, sterk, buigzaam, stevig, scheuren, barsten, breken, terugveren of vervormen.
Voorbeelden:
Bij dit doel ligt de nadruk op onderzoeken, waarnemen, vergelijken en verwoorden. Leerlingen voeren een eenvoudige test uit, kijken wat er gebeurt en vergelijken verschillende materialen met elkaar. Ze leren daarbij woorden gebruiken zoals breekbaar, sterk, buigzaam, stevig, scheuren, barsten, breken, terugveren of vervormen.
Voorbeelden:
- De leerlingen onderzoeken hoe materialen reageren op trekkracht door bijvoorbeeld aan papier, karton, stof, elastiek of plastic folie te trekken. Ze vergelijken welk materiaal snel scheurt en welk materiaal langer heel blijft.
- De leerlingen onderzoeken hoe materialen reageren op drukkracht door voorzichtig druk uit te oefenen op bijvoorbeeld een spons, karton, een plastic beker, een houten stokje of een stukje klei. Ze kijken of het materiaal indeukt, terugveert, vervormt of breekt.
- De leerlingen buigen verschillende materialen, zoals een houten latje, een plastic strip, karton, een metalen draad of een rietje. Ze vergelijken welk materiaal gemakkelijk buigt, welk materiaal terugveert en welk materiaal breekt.
- De leerlingen leggen een latje tussen twee banken en hangen of plaatsen er voorzichtig een gewicht aan. Ze onderzoeken wat er gebeurt: buigt het latje door, blijft het stevig, vervormt het of breekt het? Dit sluit aan bij het voorbeeld in het leerplan.
- De leerlingen vergelijken materialen op breekbaarheid: glas of een droog takje kan sneller breken dan stof of rubber.
- De leerlingen benoemen dat een materiaal elastisch kan zijn wanneer het na buigen of uitrekken terugkeert naar zijn oorspronkelijke vorm, zoals een elastiek.
- De leerlingen benoemen dat een materiaal plastisch vervormt wanneer het van vorm verandert en niet vanzelf terugkeert, zoals klei of aluminiumfolie.
- De leerlingen benoemen dat een materiaal breekbaar is wanneer het snel barst, scheurt of breekt onder kracht.
- De leerlingen benoemen dat een materiaal sterk is wanneer het veel kracht kan verdragen zonder te breken.
- De leerling verwoordt met ondersteuning: “Dit materiaal breekt snel”, “Dit materiaal buigt maar breekt niet”, “Dit materiaal veert terug” of “Dit materiaal blijft vervormd.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.4.2 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.4.GK3.1 3de kleuter · De leerlingen kunnen van gekende voorwerpen benoemen uit welke materie ze gemaakt zijn.
- 3.4.GK3.2 3de kleuter · De leerlingen kunnen materie sorteren op basis van waarneembare eigenschappen.
Volgt na (after)
- 3.4.GL2.1 2de leerjaar · De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen: de waterdichtheid.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL1.5 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.