Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.2.GL4.9
De leerlingen kunnen beschrijven waarom afval sorteren, recycleren en hergebruiken belangrijk is voor een duurzame samenleving.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat afval sorteren, recycleren en hergebruiken niet alleen praktische handelingen zijn, maar keuzes die bijdragen aan een duurzame samenleving. Ze ontdekken dat grondstoffen niet onbeperkt beschikbaar zijn en dat materialen langer in gebruik kunnen blijven wanneer mensen bewust omgaan met afval. Door afval goed te sorteren, kunnen materialen opnieuw verwerkt worden. Door te recycleren, kunnen uit afval nieuwe producten ontstaan. Door te hergebruiken, hoeft iets niet meteen afval te worden. Zo leren leerlingen dat hun keuzes invloed hebben op materiaalgebruik, afvalproductie, natuur en leefomgeving.
De leraar helpt leerlingen om eenvoudige verbanden te leggen tussen afvalgedrag en duurzaamheid: minder afval maken, materialen langer gebruiken, grondstoffen sparen, minder vervuiling veroorzaken en zorg dragen voor planten, dieren en mensen. Dit bouwt verder op de doelen uit het eerste en tweede leerjaar: leerlingen leerden afval sorteren, uitleggen waarom sorteren belangrijk is, toepassingen van gerecycleerd afval benoemen en weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen. In het vierde leerjaar wordt dit samengebracht in een ruimer duurzaamheidskader.
Voorbeelden:
De leraar helpt leerlingen om eenvoudige verbanden te leggen tussen afvalgedrag en duurzaamheid: minder afval maken, materialen langer gebruiken, grondstoffen sparen, minder vervuiling veroorzaken en zorg dragen voor planten, dieren en mensen. Dit bouwt verder op de doelen uit het eerste en tweede leerjaar: leerlingen leerden afval sorteren, uitleggen waarom sorteren belangrijk is, toepassingen van gerecycleerd afval benoemen en weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen. In het vierde leerjaar wordt dit samengebracht in een ruimer duurzaamheidskader.
Voorbeelden:
- De leerling beschrijft dat afval sorteren belangrijk is omdat materialen dan apart verzameld worden en op een gepaste manier verwerkt kunnen worden. Papier hoort bijvoorbeeld bij papier en karton, zodat het opnieuw gebruikt kan worden als grondstof voor nieuw papier.
- De leerling legt uit dat recycleren belangrijk is omdat afval opnieuw materiaal kan worden voor nieuwe producten. Zo kan gerecycleerd materiaal gebruikt worden voor bijvoorbeeld fleece of tuinbanken van gerecycleerd materiaal, zoals eerder in de leerlijn aan bod kwam.
- De leerling beschrijft dat hergebruik belangrijk is omdat een voorwerp dan langer meegaat en niet meteen afval wordt. Een glazen pot kan bijvoorbeeld opnieuw gebruikt worden als bewaarpot of potloodhouder.
- De leerling legt uit dat sorteren, recycleren en hergebruiken helpen om minder grondstoffen te gebruiken. Als papier opnieuw gebruikt wordt, moeten er bijvoorbeeld minder nieuwe grondstoffen worden ingezet.
- De leerling beschrijft dat deze keuzes helpen om minder afval in de natuur te laten terechtkomen. Dat is belangrijk omdat afval schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen. Dit sluit aan bij het doel uit het tweede leerjaar waarin leerlingen weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn.
- De leerling legt uit dat verbranden en storten minder wenselijke oplossingen zijn dan voorkomen, hergebruiken of recycleren, omdat materialen dan niet of minder opnieuw gebruikt worden. Dit sluit aan bij de ladder van Lansink, waarin preventie, hergebruik en recyclage hoger staan dan verbranden en storten.
- De leerling geeft een voorbeeld uit de schoolcontext: “Als we papier in de papierbak gooien, kan het opnieuw verwerkt worden. Als we een brooddoos gebruiken, ontstaat er minder verpakkingsafval. Als we materiaal opnieuw gebruiken, hoeven we minder nieuwe spullen te kopen.”
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.4 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GL2.3 2de leerjaar · De leerlingen kunnen toepassingen benoemen van gerecycleerd afval.
- 3.2.GL2.4 2de leerjaar · De leerlingen weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen.
Volgt na (after)
- 3.2.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL4.8 4de leerjaar · De leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de preventie, het hergebruik, de recyclage, het verbranden en het storten.