Op.stap-doel · 2de leerjaar (G)

3.2.GL2.4

De leerlingen weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
Cluster
Afval
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
2de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 31dccc46-33e8-4628-a547-581b67fc0296

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat afval dat in de natuur terechtkomt niet onschuldig is. Afval kan planten, dieren en mensen hinderen of schade berokkenen. De focus ligt op het ontwikkelen van een eerste inzicht: afval hoort niet in de natuur, op de speelplaats, in het bos, in het gras, in het water of langs de weg. Leerlingen leren aan de hand van concrete voorbeelden verwoorden waarom afval daar schadelijk kan zijn.
Dit doel bouwt verder op de doelen uit het eerste leerjaar rond afval sorteren en uitleggen waarom afval sorteren belangrijk is, en op het tweede leerjaar waarin leerlingen het begrip recycleren kennen en toepassingen van gerecycleerd afval benoemen.
Voorbeelden:
  • De leerling legt uit dat afval op de speelplaats of in de natuur gevaarlijk kan zijn voor dieren, omdat dieren afval kunnen opeten, erin verstrikt kunnen raken of het kunnen meenemen naar hun nest.
  • De leerling verwoordt dat afval schadelijk kan zijn voor planten, bijvoorbeeld wanneer afval op planten terechtkomt, de bodem vervuilt of ervoor zorgt dat planten minder goed kunnen groeien.
  • De leerling legt uit dat afval ook schadelijk kan zijn voor mensen, bijvoorbeeld wanneer er scherpe, vuile of gevaarlijke voorwerpen op de grond liggen.
  • De leerling sorteert samen met de klas gevonden afval uit de schoolomgeving in eenvoudige groepen: gevaarlijk voor dieren, gevaarlijk voor planten, gevaarlijk voor mensen of minder gevaarlijk. 
  • De leerling bekijkt afval uit de omgeving, zoals een papiertje, plastic verpakking, blikje, dopje of fruitrest, en bespreekt met de leraar waarom dat beter in de juiste afvalbak terechtkomt dan in de natuur.
  • De leerling legt de link met sorteren: als afval correct wordt ingezameld, komt het minder snel terecht in de natuur of op plaatsen waar het schade kan veroorzaken.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.2.4 zesde leerjaarDe leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92801); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.2.GL1.4 1ste leerjaar · De leerlingen kennen deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.
  • 3.2.GL1.5 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen afval sorteren in deze categorieën: restafval, PMD, papier en karton, groenafval.
  • 3.2.GL1.6 1ste leerjaar · De leerlingen kunnen verwoorden aan de hand van voorbeelden waarom het belangrijk is om afval te sorteren.

Volgt na (after)

  • 3.2.GL4.8 4de leerjaar · De leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.
  • 3.2.GL4.9 4de leerjaar · De leerlingen kunnen beschrijven waarom afval sorteren, recycleren en hergebruiken belangrijk is voor een duurzame samenleving.

Samen te bekijken (together)

  • 3.2.GL2.1 2de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: het recycleren.
  • 3.2.GL2.3 2de leerjaar · De leerlingen kunnen toepassingen benoemen van gerecycleerd afval.