Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.2.GL4.8
De leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat de ladder van Lansink een volgorde weergeeft om met afval om te gaan. Ze ontdekken dat sommige keuzes beter zijn voor mens, natuur en milieu dan andere keuzes. Bovenaan staat wat het meest wenselijk is: afval voorkomen. Onderaan staan minder wenselijke oplossingen, zoals afval verbranden of storten. De bedoeling is dat leerlingen de stappen niet alleen kunnen opnoemen, maar ook begrijpen wat elke stap betekent aan de hand van concrete voorbeelden uit hun leefwereld.
Betekenis van de stappen
Betekenis van de stappen
- Preventie betekent dat je probeert te vermijden dat er afval ontstaat.
Bijvoorbeeld: een drinkfles gebruiken in plaats van telkens een wegwerpflesje, een brooddoos gebruiken in plaats van aluminiumfolie, of niet meer kopen dan je nodig hebt. - Hergebruik betekent dat je iets opnieuw gebruikt zonder dat het eerst tot een nieuw materiaal verwerkt moet worden.
Bijvoorbeeld: een glazen pot gebruiken als potloodhouder, een doos opnieuw gebruiken om materiaal in te bewaren, of speelgoed doorgeven aan iemand anders. - Sorteren betekent dat je afval in de juiste categorie plaatst, zodat het verder op een goede manier verwerkt kan worden.
Bijvoorbeeld: papier en karton in de papierbak, groenafval bij groenafval, PMD in de juiste zak of bak en restafval apart. - Recycleren betekent dat afval wordt verwerkt tot een grondstof of materiaal waarmee iets nieuws gemaakt kan worden.
Bijvoorbeeld: oud papier wordt nieuw papier, plastic kan verwerkt worden tot nieuwe producten, of gerecycleerd materiaal kan gebruikt worden voor voorwerpen zoals tuinbanken. - Verbranden betekent dat afval wordt verbrand wanneer het niet meer op een betere manier gebruikt of verwerkt kan worden.
Dit is minder wenselijk dan voorkomen, hergebruiken of recycleren, omdat het afval dan niet meer als materiaal beschikbaar blijft. - Storten betekent dat afval op een stortplaats terechtkomt.
Dit staat onderaan de ladder, omdat het afval daar niet opnieuw gebruikt wordt en lang in de omgeving aanwezig kan blijven.
- De leerling legt uit dat preventie beter is dan sorteren: als je een brooddoos gebruikt, ontstaat er geen afval van verpakking.
- De leerling geeft een voorbeeld van hergebruik: een schoendoos opnieuw gebruiken om knutselmateriaal in te bewaren.
- De leerling legt uit dat sorteren nodig is om afval op de juiste manier te kunnen verwerken.
- De leerling benoemt dat recycleren betekent dat afval opnieuw materiaal kan worden voor iets nieuws, zoals papier of een bank van gerecycleerd materiaal.
- De leerling verwoordt dat verbranden en storten minder goede oplossingen zijn, omdat het afval dan niet meer opnieuw als materiaal gebruikt wordt.
- De leerling ordent voorbeelden op de ladder: “Een drinkfles gebruiken” past bij preventie, “een pot opnieuw gebruiken” past bij hergebruik, “papier in de papierbak leggen” past bij sorteren.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.4 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GL2.3 2de leerjaar · De leerlingen kunnen toepassingen benoemen van gerecycleerd afval.
- 3.2.GL2.4 2de leerjaar · De leerlingen weten dat afval in de natuur schadelijk kan zijn voor planten, dieren en mensen.
Volgt na (after)
- 3.2.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL4.9 4de leerjaar · De leerlingen kunnen beschrijven waarom afval sorteren, recycleren en hergebruiken belangrijk is voor een duurzame samenleving.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de preventie, het hergebruik, de recyclage, het verbranden en het storten.