Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.2.GL4.3
De leerlingen kennen de volgende begrippen: de preventie, het hergebruik, de recyclage, het verbranden en het storten.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren de begrippen preventie, hergebruik, recyclage, verbranden en storten kennen als manieren om met afval om te gaan. De begrippen bereiden voor op het begrijpen van de ladder van Lansink, waarin afval voorkomen en opnieuw gebruiken hoger staan dan afval verbranden of storten.
Begrippen
Begrippen
- De preventie
Preventie betekent dat je probeert te voorkomen dat afval ontstaat.
Bijvoorbeeld: een brooddoos gebruiken in plaats van aluminiumfolie, een drinkfles gebruiken in plaats van een wegwerpflesje of enkel nemen wat je echt nodig hebt. - Het hergebruik
Hergebruik betekent dat je iets opnieuw gebruikt, zonder dat het eerst verwerkt moet worden tot nieuw materiaal.
Bijvoorbeeld: een glazen pot gebruiken als potloodhouder, een doos opnieuw gebruiken om materiaal in te bewaren of speelgoed doorgeven aan iemand anders. - De recyclage
Recyclage betekent dat afval of gebruikt materiaal verwerkt wordt tot grondstof of materiaal voor iets nieuws.
Bijvoorbeeld: oud papier kan opnieuw papier worden; gerecycleerd plastic kan gebruikt worden om nieuwe producten te maken. In het tweede leerjaar benoemden leerlingen al toepassingen van gerecycleerd afval, zoals fleece en tuinbanken van gerecycleerd materiaal. - Het verbranden
Verbranden betekent dat afval verbrand wordt wanneer het niet meer op een betere manier gebruikt, hergebruikt of gerecycleerd kan worden.
Dit is minder wenselijk dan preventie, hergebruik of recyclage, omdat het materiaal daarna niet opnieuw als grondstof beschikbaar blijft. - Het storten
Storten betekent dat afval op een stortplaats terechtkomt.
Dit staat onderaan de ladder van Lansink, omdat het afval niet opnieuw gebruikt wordt en lang in de omgeving aanwezig kan blijven. In het leerplandoel rond de ladder van Lansink worden verbranden en storten ook expliciet opgenomen als stappen binnen afvalbeheer.
- De leerling herkent preventie wanneer iemand een brooddoos gebruikt zodat er geen verpakkingsafval ontstaat.
- De leerling herkent hergebruik wanneer een doos opnieuw gebruikt wordt om knutselmateriaal in te bewaren.
- De leerling herkent recyclage wanneer oud papier opnieuw verwerkt wordt tot nieuw papier.
- De leerling herkent verbranden als een manier om afval te verwerken wanneer het niet meer opnieuw gebruikt of gerecycleerd kan worden.
- De leerling herkent storten als afval wegbrengen naar een plaats waar het blijft liggen en niet opnieuw gebruikt wordt.
- De leerling ordent voorbeelden bij de juiste begrippen: “Een drinkfles gebruiken” past bij preventie; “een pot opnieuw gebruiken” past bij hergebruik; “oud papier wordt nieuw papier” past bij recyclage.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.1 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GL2.1 2de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: het recycleren.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL4.8 4de leerjaar · De leerlingen kennen de betekenis van de stappen binnen de ladder van Lansink: preventie, hergebruik, sorteren, recycleren, verbranden, storten.
- 3.2.GL4.9 4de leerjaar · De leerlingen kunnen beschrijven waarom afval sorteren, recycleren en hergebruiken belangrijk is voor een duurzame samenleving.