Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
4.2.GL4.16
De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: polair.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Zeer koud, met korte zomers en lange, strenge winters zoals in de Noord- en Zuidpoolgebieden.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.2.9 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 4.2.GL4.15 4de leerjaar · De leerlingen kennen het verschil tussen weer en klimaat.
Volgt na (after)
- 4.2.GL6.15 6de leerjaar · De leerlingen kennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en klimaatzones: polair.
- 4.3.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: klimatogrammen lezen.
Samen te bekijken (together)
- 4.2.GL4.17 4de leerjaar · De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: tropisch.
- 4.2.GL4.18 4de leerjaar · De leerlingen kennen de kenmerken van de belangrijkste klimaatzones: gematigd.