Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)

3.2.GL4.10

De leerlingen kennen de volgende begrippen: koudbloedig, warmbloedig.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Bouw van organismen
Cluster
Begrippen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
4de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel c3e843be-8bd7-4bb4-a190-479c65813e31

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat dieren kunnen verschillen in de manier waarop hun lichaamstemperatuur geregeld wordt. Bij warmbloedige dieren blijft de lichaamstemperatuur vrij constant.
Voorbeelden:
  • De leerlingen benoemen dat zoogdieren warmbloedige dieren zijn, zoals een hond, kat, paard, koe of mens.
  • De leerlingen benoemen dat vogels warmbloedige dieren zijn, zoals een kip, merel, duif of eend.
  • De leerlingen verwoorden dat een warmbloedig dier zijn lichaamstemperatuur vrij constant houdt. 
  • De leerlingen benoemen dat amfibieën, zoals kikkers en salamanders, koudbloedige dieren zijn.
  • De leerlingen benoemen dat vissen koudbloedige dieren zijn.
  • De leerlingen benoemen dat reptielen, zoals hagedissen, slangen en schildpadden, koudbloedige dieren zijn.
  • De leerlingen vergelijken twee dieren: “Een hond is warmbloedig, een kikker is koudbloedig.”
  • De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “Warmbloedige dieren houden hun lichaamstemperatuur vrij constant” en “Bij koudbloedige dieren hangt de lichaamstemperatuur meer samen met de omgevingstemperatuur.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

De Op.stap-export bevat bij dit doel geen verwijzing naar een minimumdoel. Dat bewijst niet dat het doel buiten de minimumdoelen valt.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vogels, de vissen, de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.

Volgt na (after)

  • 3.1.GL5.1 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de reptielen, de geleedpotigen.
  • 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GL4.7 4de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.1.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.