Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.1.GL4.3
De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Amfibieën beschrijven op basis van hun bouw door kenmerken te benoemen zoals de naakte, vochtige huid, poten, ogen en lichaamsvorm. Daarbij herkennen leerlingen dat de bouw van amfibieën aangepast is aan een leven in of bij het water én op het land.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling benoemt dat een kikker een vochtige, naakte huid heeft.
- De leerling merkt op dat een kikker sterke achterpoten heeft om te springen en te zwemmen.
- De leerling beschrijft dat een salamander een langwerpig lichaam en een staart heeft.
- De leerling vergelijkt een kikker met een vis en benoemt verschillen in bouw, zoals poten tegenover vinnen.
- De leerling legt eenvoudig uit dat amfibieën kenmerken hebben die hen helpen om zowel in het water als op het land te leven.
- De leerling beschrijft een amfibie zoals een kikker, pad of salamander, aan de hand van zichtbare bouwkenmerken.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vogels, de vissen, de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
Volgt na (after)
- 3.1.GL5.3 5de leerjaar · De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
- 3.2.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de schubben.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GL4.2 4de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de amfibieën.
- 3.2.GL4.4 4de leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vijf van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
- 3.1.GL4.7 4de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
- 3.1.GL4.4 4de leerjaar · De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL4.10 4de leerjaar · De leerlingen kennen de levenscyclus van amfibieën.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL4.10 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: koudbloedig, warmbloedig.