Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)

3.1.GL4.7

De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Classificatie van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
4de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel c4c38b65-c254-4bb3-8c49-12565b137e90

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

Organismen ordenen binnen een hiërarchische classificatie door eerst onderscheid te maken tussen fauna, flora en schimmels. Binnen de fauna herkennen leerlingen het onderscheid tussen gewervelden en ongewervelden op basis van het al dan niet hebben van een wervelkolom. Ze plaatsen zoogdieren, vogels, amfibieën en vissen bij de gewervelden en insecten en spinachtigen bij de ongewervelden. Daarbij gebruiken ze eerder geleerde kenmerken rond bouw, voortplantingswijze en leefomgeving om organismen doelgericht in de juiste groep te plaatsen.
Voorbeelden:
  • De leerling ordent een hond als: fauna → gewervelden → zoogdieren.
  • De leerling ordent een duif als: fauna → gewervelden → vogels.
  • De leerling ordent een kikker als: fauna → gewervelden → amfibieën.
  • De leerling ordent een karper of goudvis als: fauna → gewervelden → vissen.
  • De leerling ordent een vlinder, mier of bij als: fauna → ongewervelden → insecten.
  • De leerling ordent een spin als: fauna → ongewervelden → spinachtigen.
  • De leerling benoemt dat een boom, struik, gras of bloem bij de flora hoort.
  • De leerling benoemt dat een paddenstoel bij de schimmels hoort en niet bij fauna of flora.
  • De leerling vergelijkt twee organismen en verantwoordt de indeling, bijvoorbeeld: een kikker en een vis zijn allebei gewervelden, maar behoren tot een andere groep omdat hun bouw en leefwijze verschillen.
  • De leerling vult een eenvoudig classificatieschema aan met voorbeelden uit de omgeving.
Richtinggevende woordenschat: warmbloedig, koudbloedig

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.2 vierde leerjaarDe leerlingen kennen de classificatie van organismen:Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92739); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GL3.3 3de leerjaar · De leerlingen kunnen schimmels beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL3.4 3de leerjaar · De leerlingen kunnen schimmels beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
  • 3.1.GL3.5 3de leerjaar · De leerlingen kunnen spinachtigen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL3.6 3de leerjaar · De leerlingen kunnen spinachtigen beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
  • 3.1.GL3.7 3de leerjaar · De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL3.8 3de leerjaar · De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
  • 3.1.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vogels, de vissen, de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
  • 3.2.GL3.6 3de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de antennes, de facetogen, het segment.

Volgt na (after)

  • 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
  • 3.1.GL5.3 5de leerjaar · De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.
  • 3.2.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de schubben.

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kunnen systematisch waarnemingen noteren.
  • 3.1.GL4.2 4de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de amfibieën.
  • 2.4.GL4.32 Wiskunde De leerlingen kennen de begrippen: en, of, niet [F]. (buiten de selectie van Kennisatlas)
  • 3.1.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 2.4.GL4.33 Wiskunde De leerlingen kunnen nagaan of een uitspraak waar of onwaar is, onder andere met verzamelingen en (tegen)voorbeelden. (buiten de selectie van Kennisatlas)
  • 3.1.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
  • 3.2.GL4.10 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: koudbloedig, warmbloedig.
  • 2.4.GL4.31 Wiskunde De leerlingen kennen de begrippen: sommige, geen enkele [F]. (buiten de selectie van Kennisatlas)
  • 3.1.GL4.1 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de gewervelde dieren, de ongewervelde dieren, de gewervelden, de ongewervelden.
  • 2.4.GL4.34 Wiskunde De leerlingen kunnen nagaan of een uitspraak waar of onwaar is, onder andere met (deel)verzamelingen en (tegen)voorbeelden. (buiten de selectie van Kennisatlas)
  • 3.1.GL4.5 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: bouw.