Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)
3.1.GL3.7
De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Insecten beschrijven op basis van hun bouw door verschillende lichaamsdelen en kenmerken te benoemen zoals kop, borststuk, achterlijf, zes poten, antennes, facetogen en segmenten. Daarbij herkennen leerlingen insecten als ongewervelde dieren en leggen ze een eenvoudige link tussen bouw en leefwijze of leefomgeving, bijvoorbeeld bewegen, voedsel zoeken, waarnemen of zich beschermen.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling benoemt dat een insect zes poten heeft om zich voort te bewegen.
- De leerling wijst de kop, het borststuk en het achterlijf aan bij een insect.
- De leerling merkt op dat insecten antennes of voelsprieten gebruiken om hun omgeving waar te nemen.
- De leerling beschrijft een insect met kenmerken zoals segmenten, poten, antennes en facetogen.
- De leerling vergelijkt insecten en benoemt hoe hun bouw kan verschillen naargelang hun leefwijze, bijvoorbeeld vleugels om te vliegen of poten om te kruipen, springen of graven.
- De leerling vergelijkt een insect met een spinachtige en benoemt verschillen in bouw, zoals zes poten bij insecten tegenover acht poten bij spinachtigen.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van waarneembare kenmerken.
- 3.2.GK3.4 3de kleuter · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kop, het borststuk, het achterlijf, aantal poten.
Volgt na (after)
- 3.1.GL4.7 4de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL3.2 3de leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vier van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
- 3.1.GL3.8 3de leerjaar · De leerlingen kunnen insecten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL3.9 3de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de zoogdieren, de vogels, de vissen, de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL3.6 3de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de antennes, de facetogen, het segment.