Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)
3.1.GL5.3
De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Reptielen beschrijven op basis van hun bouw door kenmerken te benoemen zoals een wervelkolom, een droge huid met schubben of platen, longen en meestal poten of een langgerekt lichaam. Daarbij herkennen leerlingen dat deze bouw aangepast is aan hun leefomgeving, bijvoorbeeld om zich te beschermen tegen uitdroging, zich voort te bewegen op het land of warmte uit de omgeving op te nemen.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling benoemt dat een hagedis een droge huid met schubben heeft.
- De leerling merkt op dat een slang geen poten heeft, maar zich toch kan voortbewegen met een langgerekt lichaam.
- De leerling beschrijft dat een schildpad een schild heeft dat het lichaam beschermt.
- De leerling benoemt dat een krokodil een stevig lichaam, poten, staart en schubben heeft.
- De leerling vergelijkt een reptiel met een amfibie en benoemt een verschil in bouw, bijvoorbeeld een droge schubbenhuid bij reptielen tegenover een naakte, vochtige huid bij amfibieën.
- De leerling legt eenvoudig uit dat schubben of een schild bescherming bieden en helpen om vochtverlies te beperken.
- De leerling ordent voorbeelden zoals slang, hagedis, schildpad en krokodil bij de reptielen en verantwoordt dit met bouwkenmerken.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.1.GL4.1 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de gewervelde dieren, de ongewervelde dieren, de gewervelden, de ongewervelden.
- 3.1.GL4.7 4de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de insecten, de spinachtigen; de flora; de schimmels.
Volgt na (after)
- 3.1.GL6.12 6de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen: de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten, de sporenplanten; de schimmels; de bacteriën.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GL5.1 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de reptielen, de geleedpotigen.
- 3.2.GL5.2 5de leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.
- 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de schubben.