Op.stap · mijn leerjaar

5de leerjaar

Kennisdossiers en Op.stap-doelen voor het 5de leerjaar, per vakgebied.

Geschiedenis

Stand van uitwerking: 0 van de 31 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (31) en hun uitwerking

Kennis van het verleden › Vroegmoderne tijd

  • 5.1.GL5.1 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, de oprichting van het Kongo-koninkrijk, Lukeni Lua Nimi.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.2 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, de Kongostroom, Alfonso I van Kongo, Garcia II van Kongo.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.3 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: slavenhandel, de Kongostroom, Portugese handelaren.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.4 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Vermeer, Hollandse school.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.5 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: mondelinge tradities, Lukeni Lua Nimi.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.6 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Afrika overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: introductie van het christendom.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.7 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.8 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, de West-Indische Compagnie, het ronden van Kaap de Goede Hoop.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.9 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: Atlantische driehoekshandel, handelspost, kolonie.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.10 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, slaafgemaakten, La Malinche.nog niet uitgewerkt

Kennis van het verleden › Moderne tijd

  • 5.1.GL5.11 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, de Verklaring van de Rechten van de mens en van de Burger, het Burgerlijk Wetboek van Napoleon.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.12 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, arbeiders en opdrachtgevers, de Bloednacht in Leuven.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.13 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Paul Panda Farnana.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.14 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: industriële en agrarische revolutie, Lieven Bauwens.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.15 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: landschapsverandering (terrils, kleiputten, kanalen, spoorwegen), Charleroi.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.16 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: migratie, landverhuizers.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.17 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: effecten van verstedelijking op leef- en werkomstandigheden, Charleroi.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.18 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: leven op het ritme van de klok.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.20 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: veranderende grenzen, Verdrag van Versailles.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.21 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: imperialisme, conferentie van Berlijn, de Onafhankelijke Kongostaat, Union Minière du Haut-Katanga.nog niet uitgewerkt
  • 5.1.GL5.22 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: begraafplaatsen, monumenten en gedenktekens van de Eerste Wereldoorlog.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Bronnengebruik

  • 5.2.GL5.1 De leerlingen kunnen aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL5.2 De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Historisch redeneren

  • 5.2.GL5.3 De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot continuïteit-verandering.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL5.4 De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot continuïteit-verandering, oorzaak-gevolg.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Chronologisch bewustzijn

  • 5.2.GL5.5 De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.nog niet uitgewerkt

Kennis van geschiedenis › Perspectieven

  • 5.2.GL5.6 De leerlingen kunnen hun historische kennis gebruiken om vragen te stellen over de perspectieven van mensen en groepen in het verleden.nog niet uitgewerkt
  • 5.2.GL5.7 De leerlingen kunnen redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden verwoorden vanuit verschillende perspectieven.nog niet uitgewerkt

Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Erfgoed identiteit betekenis relatie verleden-heden

  • 5.3.GL5.1 De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.nog niet uitgewerkt
  • 5.3.GL5.2 De leerlingen kunnen de relatie tussen heden, verleden en toekomst verwoorden met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen: materieel en immaterieel erfgoed; racisme en discriminatie; organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap.nog niet uitgewerkt

Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Burgerschap

  • 5.3.GL5.3 De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskunde

Stand van uitwerking: 0 van de 45 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (45) en hun uitwerking

Topografie › Topografisch referentiekader

  • 4.1.GL5.1 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Egypte, Congo;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.2 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de Verenigde Staten van Amerika;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.3 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Australië;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.4 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: China, Israël;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.5 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Turkije;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.6 De leerlingen kunnen de ligging van plaatsen uit de actualiteit en uit de geschiedenis observeren.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.7 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: landen van de Europese Unie, evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.8 De leerlingen kunnen de ligging van de hoofdsteden van de landen van de Europese Unie observeren.nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.9 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal grote rivieren: de Seine, de Donau, de Rijn;nog niet uitgewerkt
  • 4.1.GL5.10 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal bergketens: Alpen, Pyreneeën, Oeral;nog niet uitgewerkt

Topografie › Relatieve en absolute ligging

  • 4.1.GL5.11 De leerlingen kunnen de volgende begrippen verkennen: Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Aarde en atmosfeer

  • 4.2.GL5.1 De leerlingen kennen het belang van delfstoffen vanuit verschillende perspectieven: economie, politiek, duurzaamheid.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.2 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van aardbevingen: voorbeelden van platen, plaatgrens, principe van platentectoniek; epicentrum, seismische golven, beving; de magnitude van een aardbeving;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.3 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van aardbevingen: voorbeelden van aardbevingen, ligging en mogelijke effecten: naschok, tsunami, aardverschuiving;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.4 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van aardbevingen: verwoesting;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.5 De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van aardbevingen: inspanningen om schade door aardbevingen te anticiperen en te beperken: technieken bij constructie van gebouwen om schokken op te vangen, monitoren en preventief evacueren.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.6 De leerlingen kunnen de ruimtelijke spreiding van aardbevingen, vulkanen en bergketens in verband brengen met de ligging van plaatgrenzen: de Ring van Vuur; patroon van vulkanen in het Middellandse Zeegebied waaronder de Etna.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Landschappen

  • 4.2.GL5.7 De leerlingen kennen het volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen: het relief: de hellingsgraad;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.8 De leerlingen kunnen de impact van de hellingsgraad op de transportinfrastructuur illustreren.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.9 De leerlingen kunnen de impact van de hellingsgraad op de landbouw illustreren.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de intensieve landbouw, de duurzame landbouw;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de landbouw: de voedselbewaring, -verwerking en -distributie;nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.12 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: de handel en diensten: de opslagfaciliteiten voor grondstoffen, materialen en goederen.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.13 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het menselijk gebruik van natuurlijke hulpbronnen: de duurzaamheid;nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Indicatoren

  • 4.2.GL5.14 De leerlingen kennen het concept welvaart.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.15 De leerlingen weten dat er verschillende niveaus van welvaart zijn.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Weer en klimaat

  • 4.2.GL5.16 De leerlingen weten dat het weer beschreven wordt op basis van kenmerken van luchtdruk en windkracht.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.17 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van hoe reliëf en seizoensgebonden oceaantemperaturen het weer beïnvloeden: luchtdruk, landmassa.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige kennis › Kosmografie

  • 4.2.GL5.18 De leerlingen kennen kenmerken en verschijnselen van het heelal: planetenstelsel.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.19 De leerlingen kennen kenmerken en verschijnselen van het heelal: zonnestelsel.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.20 De leerlingen kennen kenmerken en verschijnselen van het heelal: sterren.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.21 De leerlingen kennen de duur en de richting van de beweging van de aarde rond de zon.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.22 De leerlingen kennen de maanfasen: volle maan, nieuwe maan, eerste kwartier, laatste kwartier.nog niet uitgewerkt
  • 4.2.GL5.23 De leerlingen kunnen de maanfasen in verband brengen met de beweging van de maan rond de aarde.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Ruimtelijke vaardigheden

  • 4.3.GL5.1 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: satellietbeelden hanteren;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.2 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: staatkundig;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.3 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: natuurkundig;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.4 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: thematisch;nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig onderzoek

  • 4.3.GL5.5 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: klimatogrammen lezen.nog niet uitgewerkt

Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig denken

  • 4.3.GL5.6 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 5de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.7 De leerlingen kunnen illustreren hoe wat mensen nu en hier doen gevolgen heeft, voor later en voor anderen elders op de aarde.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.8 De leerlingen kunnen illustreren hoe een gebeurtenis zowel aspecten met betrekking tot de planeet, de mensen en de welvaart kan beïnvloeden.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.9 De leerlingen kunnen in het kader van een specifieke duurzaamheidskwestie actiecompetent aan een duurzame wereld bijdragen.nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.10 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 5de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: interactie op verschillende schalen;nog niet uitgewerkt
  • 4.3.GL5.11 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 5de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: verandering in de tijd, inclusief de toekomst.nog niet uitgewerkt

Daarnaast 3 plusdoelen in dit leerjaar: zie plusdoelen.

Wetenschap

Stand van uitwerking: 0 van de 52 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (52) en hun uitwerking

Organismen › Classificatie van organismen

  • 3.1.GL5.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: de reptielen, de geleedpotigen.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.2 De leerlingen kennen het volgende begrip: de zaadplanten.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.3 De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.4 De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.5 De leerlingen kunnen zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, insecten, spinachtigen en andere ongewervelden beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.6 De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.7 De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.8 De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.9 De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.nog niet uitgewerkt

Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen

  • 3.1.GL5.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de geslachtelijke voortplanting.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bestuiving, de bevruchting.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.12 De leerlingen kennen het belang van insecten bij de bestuiving van zaadplanten.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.13 De leerlingen kennen het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.nog niet uitgewerkt
  • 3.1.GL5.14 De leerlingen kennen de levenscyclus van reptielen.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving

  • 3.2.GL5.1 De leerlingen kennen het volgende begrip: het voedselweb.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.2 De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.3 De leerlingen kunnen een voedselketen opbouwen binnen de gekende biotopen.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.4 De leerlingen kunnen verwoorden waarom organismen elkaar en hun omgeving nodig hebben om te overleven.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.5 De leerlingen kunnen voedselketens opnoemen.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.6 De leerlingen kunnen voedselketens interpreteren.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.7 De leerlingen kennen de opbouw van een voedselweb.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen

  • 3.2.GL5.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de meeldraden, het vruchtbeginsel.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.9 De leerlingen kennen het volgende begrip: de schubben.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.10 De leerlingen kennen de functie van de verschillende delen van een bloem: kelkbladeren, kroonbladeren, stamper, vruchtbeginsel, meeldraden.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.11 De leerlingen weten dat organismen opgebouwd zijn uit verschillende delen die elk een functie hebben en vaak samenwerken om het organisme te laten leven.nog niet uitgewerkt

Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen

  • 3.2.GL5.15 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het water, het mineraal, de vitamine, de vezels.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.12 De leerlingen kennen de verschillende voedingsstoffen en hun functie: suikers, eiwitten, vetten, water, mineralen, vitaminen, vezels.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.13 De leerlingen weten dat voedingsstoffen in het lichaam worden afgebroken en via het bloed worden opgenomen om te dienen als bouwstof, brandstof of beschermende stof.nog niet uitgewerkt
  • 3.2.GL5.14 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe het lichaam energie gebruikt voor beweging, groei en warmte.nog niet uitgewerkt

Menselijk lichaam › Fysieke functies van de mens

  • 3.3.GL5.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de waarneming, de zintuigen, de hersenen, de zenuwen.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL5.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de ademhaling, de keel, de luchtpijp, de longen.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL5.3 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens, en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: waarneming.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL5.4 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de waarneming schematisch weergeven.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL5.5 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens, en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: ademhaling.nog niet uitgewerkt
  • 3.3.GL5.6 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de ademhaling schematisch weergeven.nog niet uitgewerkt

Materie › Eigenschappen van materie

  • 3.4.GL5.2 De leerlingen kennen het volgende begrip: de deeltjes.nog niet uitgewerkt
  • 3.4.GL5.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de zuivere stof, de verbinding.nog niet uitgewerkt
  • 3.4.GL5.1 De leerlingen weten dat alle materie uit deeltjes bestaat.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Licht

  • 3.5.GL5.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: reflecteren, absorberen, doorlaten.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.2 De leerlingen kennen licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.10 De leerlingen kunnen met ondersteuning natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Geluid

  • 3.5.GL5.3 De leerlingen kennen geluid: de relatie tussen geluidssterkte en afstand tot de geluidsbron.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.4 De leerlingen weten dat geluid verzwakt bij obstakels.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.11 De leerlingen kunnen met ondersteuning natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt

Natuurkundige verschijnselen › Kracht en beweging

  • 3.5.GL5.9 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het gewicht, de druk, de weerstand.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.5 De leerlingen kennen kracht en beweging: het onderscheid tussen gewicht en massa.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.6 De leerlingen kennen kracht en beweging: gewicht als kracht en massa als maat voor de hoeveelheid materie van een bepaalde stof.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.7 De leerlingen kennen kracht en beweging: effecten van krachten: verandering van bewegingstoestand.nog niet uitgewerkt
  • 3.5.GL5.8 De leerlingen kunnen met ondersteuning natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding

  • 3.7.GL5.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de onderzoekscyclus, verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL5.1 De leerlingen kennen de onderzoekscyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, onderzoek opzetten, onderzoek uitvoeren, concluderen, presenteren.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL5.2 De leerlingen kunnen met ondersteuning een onderzoek opzetten met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt

Daarnaast 6 plusdoelen in dit leerjaar: zie plusdoelen.

Techniek

Stand van uitwerking: 0 van de 16 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.

Alle Op.stap-doelen (16) en hun uitwerking

Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren

  • 3.7.GL5.7 De leerlingen kennen de volgende begrippen: verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, het ontwerp plannen, het ontwerp realiseren, testen.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL5.4 De leerlingen weten dat een ontwerp tot stand komt via fasen.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL5.5 De leerlingen weten dat elk van de fasen: verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, het ontwerp plannen, het ontwerp realiseren, testen een eigen functie heeft.nog niet uitgewerkt
  • 3.7.GL5.6 De leerlingen kunnen met ondersteuning ontwerpen met behulp van de ontwerpcyclus.nog niet uitgewerkt

Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden

  • 3.6.GL5.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de wetenschap, de technologie.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.1 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe technische systemen voordelen en nadelen hebben voor mens en milieu.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.2 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven dat voedselkeuze invloed heeft op mens en milieu.nog niet uitgewerkt

Technologie › Technische systemen hanteren

  • 3.6.GL5.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen: herstellen, onderhouden, vervangen.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.4 De leerlingen kennen minstens dit basisgereedschap voor basisonderhoud en herstellingen: de bandenwipper, de inbussleutel, de dopsleutel, de boormachine, de bankschroef, de accumachine.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.5 De leerlingen kunnen basisonderhoud en kleine herstellingen uitvoeren.nog niet uitgewerkt

Technologie › Technische systemen beschrijven

  • 3.6.GL5.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de hefboom, de katrol.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.7 De leerlingen kennen belangrijke mechanische overbrengingen: hefbomen.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.8 De leerlingen kennen belangrijke mechanische overbrengingen: katrollen.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.9 De leerlingen kunnen nagaan waarom een technisch systeem goed of slecht werkt.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.11 De leerlingen kunnen verbindingen kiezen in functie van criteria.nog niet uitgewerkt
  • 3.6.GL5.12 De leerlingen weten dat constructies sterker worden door doordachte verbindingen.nog niet uitgewerkt