Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

3.2.GL5.14

De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe het lichaam energie gebruikt voor beweging, groei en warmte.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Energiebronnen en voedingsstoffen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 9aeb893e-f93d-4276-b07a-fe2d211f8ea4

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat het lichaam energie nodig heeft om te kunnen functioneren. Die energie wordt gebruikt voor verschillende processen. Het lichaam gebruikt energie om te bewegen, om te groeien en herstellen, en om de lichaamstemperatuur op peil te houden. De focus ligt op het kunnen uitleggen aan de hand van herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven. Leerlingen leren dus niet alleen dat voedsel energie geeft, maar ook waarvoor het lichaam die energie gebruikt.
Dit doel bouwt verder op eerdere doelen rond voeding, voedingsstoffen en de functies van voedsel. In hetzelfde overzicht komen in het vijfde leerjaar doelen voor rond voedingsstoffen en hun functie, en rond het opnemen van voedingsstoffen in het lichaam om te dienen als bouwstof, brandstof of beschermende stof.
Voorbeelden:
  • De leerling legt uit dat het lichaam energie gebruikt voor beweging, bijvoorbeeld bij lopen, springen of fietsen. 
  • De leerling verwoordt dat spieren energie nodig hebben om te kunnen bewegen, bijvoorbeeld wanneer je rent op de speelplaats, springt tijdens de turnles of fietst naar school.
  • De leerling legt uit dat het lichaam energie gebruikt voor groei, bijvoorbeeld om groter te worden of om sterkere spieren te ontwikkelen.
  • De leerling legt uit dat het lichaam ook energie gebruikt om te herstellen, bijvoorbeeld wanneer wondjes genezen. 
  • De leerling legt uit dat het lichaam energie gebruikt om warm te blijven, bijvoorbeeld tijdens een winterwandeling, bij zwemmen in koud water of zelfs tijdens het slapen.
  • De leerling herkent rillen bij kou als een teken dat het lichaam actief probeert warmte te maken of warm te blijven.
  • De leerling gebruikt een eenvoudige verklaring: “Mijn lichaam gebruikt energie om te bewegen, om te groeien en om warm te blijven.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.2.18 zesde leerjaarDe leerlingen kennen de verschillende voedingsstoffen en hun functie: suikers, eiwitten, vetten, water, mineralen, vitaminen, vezels.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92817); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.2.GL1.11 1ste leerjaar · De leerlingen weten dat voedsel energie geeft om te bewegen en te groeien.

Samen te bekijken (together)

  • 3.2.GL5.12 5de leerjaar · De leerlingen kennen de verschillende voedingsstoffen en hun functie: suikers, eiwitten, vetten, water, mineralen, vitaminen, vezels.
  • 3.2.GL5.15 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voedingsstoffen, de suiker, het eiwit, het vet, het water, het mineraal, de vitamine, de vezels.