Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

3.1.GL5.5

De leerlingen kunnen zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, insecten, spinachtigen en andere ongewervelden beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Classificatie van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 458760c2-fede-4bac-93ba-43ae51cf86d5

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen onderzoeken en vergelijken hoe verschillende organismen aan voedsel komen en wat ze eten. Ze leren dat dieren op verschillende manieren voedsel opnemen, zoeken, vangen of verzamelen. Daarbij leggen ze verbanden tussen de voedingswijze, de bouw van het dier en de leefomgeving. De leraar stimuleert leerlingen om gericht te observeren en te verwoorden hoe kenmerken zoals tanden, snavels, poten, klauwen, bekken, tongen of spinnenwebben aangepast zijn aan het soort voedsel en de manier waarop het dier eet.
Voorbeelden:
  • De leerling merkt op dat zoogdieren verschillende voedingswijzen kunnen hebben: een koe eet gras en heeft een gebit dat aangepast is om planten te kauwen, terwijl een vos of kat vlees eet en scherpe tanden heeft om prooien te grijpen en te verscheuren.
  • De leerling beschrijft dat vogels met verschillende snavels ook verschillend voedsel eten: een eend filtert voedsel uit het water, een roofvogel gebruikt een kromme snavel om vlees te scheuren en een vink pikt zaden open.
  • De leerling legt uit dat vissen voedsel uit het water halen, bijvoorbeeld door kleine waterdiertjes te happen, plantenresten te eten of andere vissen te vangen.
  • De leerling herkent dat amfibieën, zoals kikkers, vaak kleine diertjes eten en hiervoor hun snelle, kleverige tong gebruiken om insecten te vangen.
  • De leerling merkt op dat reptielen uiteenlopende voedingswijzen hebben: sommige eten insecten of kleine dieren, terwijl andere ook planten kunnen eten.
  • De leerling beschrijft dat insecten op verschillende manieren voedsel opnemen: een vlinder zuigt nectar met een roltong, een sprinkhaan knaagt aan bladeren en een lieveheersbeestje eet bladluizen.
  • De leerling legt uit dat spinachtigen, zoals spinnen, vaak andere kleine dieren vangen, bijvoorbeeld met een web of door te jagen.
  • De leerling merkt op dat andere ongewervelden ook verschillende voedingswijzen hebben, zoals een regenworm die plantenresten in de bodem eet of een slak die met zijn rasptong aan bladeren schraapt.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.3 zesde leerjaarDe leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92788); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Volgt na (after)

  • 3.1.GL6.11 6de leerjaar · De leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.