Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
3.1.GL6.11
De leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren organismen ordenen in groepen door te kijken naar hoe ze gebouwd zijn, hoe ze aan voedsel komen en hoe ze zich voortplanten. Ze vergelijken organismen zoals dieren, planten, schimmels en bacteriën en gebruiken eenvoudige kenmerken om ze in de juiste groep te plaatsen. Zo ontdekken ze dat classificeren betekent dat je organismen groepeert op basis van gelijkenissen en verschillen.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling vergelijkt een hond, merel, kikker en forel. Eerst onderzoekt de leerling de bouw: alle vier hebben een wervelkolom en behoren dus tot de gewervelden. Daarna kijkt de leerling naar meer specifieke kenmerken om ze verder te classificeren: de hond heeft haren en zoogt jongen, de merel heeft veren en legt eieren, de kikker heeft een vochtige huid en leeft deels in het water en deels op het land, en de forel leeft in het water en ademt met kieuwen. Zo komt de leerling stap voor stap tot de groepen zoogdieren, vogels, amfibieën en vissen.
- De leerling vergelijkt een zaadplant en een sporenplant: een zaadplant vormt zaden, terwijl een sporenplant zich voortplant met sporen.
- De leerling vergelijkt een plant, schimmel en bacterie op basis van voedingswijze: een plant maakt zelf voedsel aan, een schimmel leeft van resten van organismen en veel bacteriën halen voedsel uit hun omgeving.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, insecten, spinachtigen en andere ongewervelden beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
- 3.1.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.
- 3.1.GL5.8 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
- 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
- 3.1.GL5.10 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de geslachtelijke voortplanting.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: ongeslachtelijke voortplanting.
- 3.1.GL6.6 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
- 3.1.GL6.4 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.7.GL6.1 6de leerjaar · De leerlingen kunnen een onderzoek opzetten met behulp van de onderzoekscyclus.