Op.stap · mijn leerjaar
6de leerjaar
Kennisdossiers en Op.stap-doelen voor het 6de leerjaar, per vakgebied.
Ander leerjaar:
Geschiedenis
Stand van uitwerking: 0 van de 23 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (23) en hun uitwerking
Kennis van het verleden › Moderne tijd
- 5.1.GL6.1 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: emancipatie, Emilie Claeys.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.2 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de moderne tijd met de natuur omgingen, overleefden, samenleefden en dachten: grondwetten, de Belgische Grondwet.nog niet uitgewerkt
Kennis van het verleden › Hedendaagse tijd
- 5.1.GL6.3 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, de pil.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.4 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, verzetsstrijders en collaborateurs, het Fort van Breendonknog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.5 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, verzetsstrijders en collaborateurs, de Kazerne Dossin.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.6 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, Verenigde Naties, Europese Unie.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.7 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: internationale rivaliteit en samenwerking, de Muur van Berlijn.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.8 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: vrouwenemancipatie, stemrecht voor vrouwen.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.9 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, het homohuwelijk.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.10 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, Rosa Parks.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.11 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: burgerrechten, gastarbeiders.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.13 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: ruimte-exploratie, Neil Armstrong.nog niet uitgewerkt
- 5.1.GL6.14 De leerlingen weten hoe mensen tijdens de hedendaagse tijd samenleefden: informatie-, communicatie- en technologierevoluties, het internet.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Bronnengebruik
- 5.2.GL6.1 De leerlingen kunnen aangereikt bewijs uit bronnen gebruiken bij het antwoorden op historische vragen.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL6.2 De leerlingen kunnen diverse, veelgebruikte bronnen relevant voor de vroegmoderne, moderne en hedendaagse tijd noemen.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Historisch redeneren
- 5.2.GL6.3 De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot continuïteit-verandering.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL6.4 De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot continuïteit, verandering, oorzaak-gevolg.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Chronologisch bewustzijn
- 5.2.GL6.5 De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd, hedendaagse tijd.nog niet uitgewerkt
Kennis van geschiedenis › Perspectieven
- 5.2.GL6.6 De leerlingen kunnen hun historische kennis gebruiken om vragen te stellen over de perspectieven van mensen en groepen in het verleden.nog niet uitgewerkt
- 5.2.GL6.7 De leerlingen kunnen redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden verwoorden vanuit verschillende perspectieven.nog niet uitgewerkt
Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Erfgoed identiteit betekenis relatie verleden-heden
- 5.3.GL6.1 De leerlingen kunnen uitleggen wat historische gebeurtenissen, ontwikkelingen, plaatsen en/of personen voor de samenleving kunnen betekenen: erfgoed: standbeelden, straatnamen, verhalen, feestdagen.nog niet uitgewerkt
- 5.3.GL6.2 De leerlingen kunnen de relatie tussen heden, verleden en toekomst verwoorden met betrekking tot de bestudeerde samenlevingen: materieel en immaterieel erfgoed; racisme en discriminatie; organisatie van samenleving en dialoog: democratische instellingen, dictatorschap.nog niet uitgewerkt
Reflectie en dialoog over verleden en geschiedenis › Burgerschap
- 5.3.GL6.3 De leerlingen kennen de begrippen met betrekking tot de principes van de democratische rechtsstaat: democratie, regering, parlement, rechtbank, bescherming, wetten, grondwet, vrijheid.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskunde
Stand van uitwerking: 0 van de 44 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (44) en hun uitwerking
Topografie › Topografisch referentiekader
- 4.1.GL6.1 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Marokko, Zuid-Afrika;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.2 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Canada, Mexico;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.3 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Brazilië, Argentinië;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.4 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: Nieuw-Zeeland;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.5 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: India, Japan, Iran;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.6 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal grote rivieren: de Amazone;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.7 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: een aantal bergketens: Himalaya;nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.8 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: de hoogste berg ter wereld: Mount Everest.nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.9 De leerlingen kunnen de ligging van plaatsen uit de actualiteit en uit de geschiedenis observeren.nog niet uitgewerkt
- 4.1.GL6.10 De leerlingen kennen de naam en de ligging van: landen van de Europese Unie en hun hoofdsteden, evenals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland, Rusland en hun hoofdsteden;nog niet uitgewerkt
Topografie › Relatieve en absolute ligging
- 4.1.GL6.11 De leerlingen kennen parallellen/breedtecirkels die het klimaat afbakenen: Steenbokskeerkring, Kreeftskeerkring; Noordpoolcirkel en Zuidpoolcirkel.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Aarde en atmosfeer
- 4.2.GL6.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de aarde en haar atmosfeer: het zuurstofgas, de koolstofdioxide.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.2 De leerlingen kennen de rol van de atmosfeer voor leven op aarde.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.3 De leerlingen kunnen een geologische structuur herkennen.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.4 De leerlingen kunnen fossielen herkennen als instrumenten om de ouderdom van lagen te bepalen.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Landschappen
- 4.2.GL6.5 De leerlingen kunnen specifieke natuurlandschappen identificeren op basis van de aanwezigheid van overwegend natuurlijke aspecten.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.6 De leerlingen kunnen specifieke cultuurlandschappen identificeren op basis van de aanwezigheid van overwegend menselijke aspecten.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.7 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de kustprocessen en de gerelateerde landvormen en habitats: de golfslag, de kustlijn, de landtong, de kiezel, de zandduin, het koraalrif, de kusthabitat.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekken tot natuurlijke aspecten van landschappen: de vegetatie en het verband met de bodem, vegetatietype en klimaat: de woestijn, de woestijnvorming, de steppe, de savanne, het regenwoud.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.9 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het wonen: de verstedelijking, de open ruimte, de ruimtelijke ordening;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.10 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het kustbeheer: de golfbrekers;nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Indicatoren
- 4.2.GL6.11 De leerlingen kunnen vergelijkingen maken binnen en tussen landen door middel van aardrijkskundige indicatoren: bevolkingsaantal; bevolkingsdichtheid;nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.12 De leerlingen kunnen vergelijkingen maken binnen en tussen landen door middel van aardrijkskundige indicatoren: welvaartsniveau.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.13 De leerlingen kunnen vergelijkingen maken binnen en tussen landen door middel van aardrijkskundige indicatoren: oppervlakte;nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Weer en klimaat
- 4.2.GL6.14 De leerlingen kennen het concept vegetatietype.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.15 De leerlingen kennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en klimaatzones: polair.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.16 De leerlingen kennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en klimaatzones: tropisch.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.17 De leerlingen kennen de relatie tussen de ligging van de breedtecirkels en klimaatzones: gematigd.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige kennis › Kosmografie
- 4.2.GL6.18 De leerlingen kunnen het burgerlijk jaar en het schrikkeljaar in verband brengen met de beweging van de aarde rond de zon, rekening houdend met de schuine stand van de aardas.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.19 De leerlingen kunnen de seizoenen in verband brengen met de beweging van de aarde rond de zon, rekening houdend met de schuine stand van de aardas.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.20 De leerlingen kennen de getijden: eb, vloed, laagwater, hoogwater.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.21 De leerlingen kennen de eclipsen: zonsverduistering, maansverduistering.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.22 De leerlingen kunnen de getijden in verband brengen met de beweging van de maan rond de aarde.nog niet uitgewerkt
- 4.2.GL6.23 De leerlingen kunnen de eclipsen in verband brengen met de beweging van de maan rond de aarde.nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Ruimtelijke vaardigheden
- 4.3.GL6.1 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: staatkundig;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.2 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: natuurkundig;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.3 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: verschillende soorten kaarten gebruiken: thematisch;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.4 De leerlingen kunnen met betrekking tot aardrijkskundige vaardigheden: een klein gebied in kaart brengen met behulp van cartografische technieken: generaliseren, symboliseren, oriënteren, schaal aanbrengen;nog niet uitgewerkt
Aardrijkskundige vaardigheden, onderzoek en denken › Aardrijkskundig denken
- 4.3.GL6.5 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 6de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.6 De leerlingen kunnen illustreren hoe wat mensen nu en hier doen gevolgen heeft, voor later en voor anderen elders op de aarde.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.7 De leerlingen kunnen illustreren hoe een gebeurtenis zowel aspecten met betrekking tot de planeet, de mensen en de welvaart kan beïnvloeden.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.8 De leerlingen kunnen in het kader van een specifieke duurzaamheidskwestie actiecompetent aan een duurzame wereld bijdragen.nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.9 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 6de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: interactie op verschillende schalen;nog niet uitgewerkt
- 4.3.GL6.10 De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 6de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: verandering in de tijd, inclusief de toekomst.nog niet uitgewerkt
Daarnaast 5 plusdoelen in dit leerjaar: zie plusdoelen.
Wetenschap
Stand van uitwerking: 0 van de 64 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (64) en hun uitwerking
Organismen › Classificatie van organismen
- 3.1.GL6.1 De leerlingen kennen het volgende begrip met betrekking tot de classificatie van organismen: de sporenplanten.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.2 De leerlingen kennen het volgende begrip: de bacteriën.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.3 De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot de classificatie van organismen: het classificeren, de taxonomie.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.4 De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.5 De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.6 De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.7 De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: ongeslachtelijke voortplanting.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.8 De leerlingen kunnen bacteriën beschrijven op basis van kenmerken: bouw.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.9 De leerlingen kunnen bacteriën beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.10 De leerlingen kunnen bacteriën beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.11 De leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.12 De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen: de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten, de sporenplanten; de schimmels; de bacteriën.nog niet uitgewerkt
Organismen › Ontwikkeling en voortplanting van organismen
- 3.1.GL6.13 De leerlingen kennen het volgende begrip: de ongeslachtelijke voortplanting.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.14 De leerlingen kennen het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.15 De leerlingen kennen het proces van geslachtelijke voortplanting bij sporenplanten.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.16 De leerlingen kunnen onderscheid maken tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.nog niet uitgewerkt
- 3.1.GL6.17 De leerlingen kennen redenen waarom organismen zichzelf voortplanten.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
- 3.2.GL6.1 De leerlingen kennen het volgende begrip: de biodiversiteit.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het grasland, het bos, de heide, de zee en de kust, het stadslandschap, het agrarisch landschap, het zoet water, het ecosysteem.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.3 De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.4 De leerlingen kennen diensten die het ecosysteem levert aan de mens.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.5 De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.6 De leerlingen kunnen verwoorden dat omgevingen kunnen veranderen door natuurlijke of menselijke oorzaken.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.7 De leerlingen kunnen verwoorden aan de hand van voorbeelden waarom biodiversiteit essentieel is voor het leven op aarde.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Bouw van organismen
- 3.2.GL6.8 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de stek, de bol, de knol, de wortelstok, de uitloper.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.9 De leerlingen kennen het volgende begrip: de cel.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.10 De leerlingen kennen het volgende begrip: de erfelijke eigenschappen.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.11 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de evolutie, de soort, de aanpassing.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.12 De leerlingen weten dat alle organismen uit één of meer cellen bestaan.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.13 De leerlingen weten dat nakomelingen erfelijke eigenschappen van hun ouders meekrijgen.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.14 De leerlingen weten dat nakomelingen in de regel verschillend van, en niet identiek aan hun ouders zijn.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.15 De leerlingen kennen het concept van evolutie.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.16 De leerlingen weten dat soorten in de loop der tijd kunnen veranderen en dat sommige uitgestorven zijn.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.17 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van aanpassingen van organismen.nog niet uitgewerkt
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop › Energiebronnen en voedingsstoffen
- 3.2.GL6.21 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de fotosynthese, de koolstofdioxide, het zuurstofgas.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.18 De leerlingen kennen het principe van fotosynthese.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.19 De leerlingen kennen de zon als primaire energiebron.nog niet uitgewerkt
- 3.2.GL6.20 De leerlingen weten dat bijna elke voedselketen start onder invloed van de energie van de zon.nog niet uitgewerkt
Menselijk lichaam › Fysieke functies van de mens
- 3.3.GL6.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de teelbal, de zaadleider, de penis, het sperma, de eierstok, de eileider, de eicel, de baarmoeder, de vagina.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL6.2 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bloedsomloop, de bloedvaten, de ader, de slagader, de haarvaten, zuurstofrijk, zuurstofarm.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL6.3 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens, en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: voortplanting.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL6.4 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de voortplanting schematisch weergeven.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL6.5 De leerlingen kennen fysieke functies van de mens, en de bijbehorende weefsels en organen met hun functie: bloedsomloop.nog niet uitgewerkt
- 3.3.GL6.6 De leerlingen kunnen de betrokken lichaamsdelen, weefsels en organen van de bloedsomloop schematisch weergeven.nog niet uitgewerkt
Materie › Eigenschappen van materie
- 3.4.GL6.3 De leerlingen kennen het volgende begrip: de massadichtheid.nog niet uitgewerkt
- 3.4.GL6.1 De leerlingen kunnen de massa-volume-relatie tussen voorwerpen met verschillende massadichtheden onderzoeken.nog niet uitgewerkt
- 3.4.GL6.2 De leerlingen kunnen materie onderzoeken en vergelijken op basis van hun eigenschappen.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Energie en warmte
- 3.5.GL6.1 De leerlingen kennen het volgende begrip: de energieomzetting.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.2 De leerlingen kennen energie: kernenergie.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.3 De leerlingen kennen energie: elektrische energie.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.4 De leerlingen kennen energie: chemische energie.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.15 De leerlingen kunnen natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Elektriciteit
- 3.5.GL6.12 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de geleider, de isolator.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.13 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de spanning, de stroomsterkte.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.7 De leerlingen kennen elektrische verschijnselen: elektrische schakeling, stroomkring.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.5 De leerlingen kennen elektrische verschijnselen: geleiders, isolatoren.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.8 De leerlingen kennen elektrische verschijnselen: symbolen bij het voorstellen van een eenvoudige schakeling: energiebron, verbruiker, geleider, schakelaar.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.9 De leerlingen kunnen de onderdelen van een elektrische schakeling benoemen.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.10 De leerlingen kunnen fouten in een eenvoudige elektrische schakeling opsporen en corrigeren.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.11 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van toestellen waarbij elektrische energie wordt omgezet in licht, warmte, beweging of geluid.nog niet uitgewerkt
- 3.5.GL6.16 De leerlingen kunnen natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt
Natuurkundige verschijnselen › Magnetisme
- 3.5.GL6.14 De leerlingen kunnen natuurkundige verschijnselen onderzoeken met behulp van de onderzoekscyclus.nog niet uitgewerkt
Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Onderzoekende houding
Daarnaast 8 plusdoelen in dit leerjaar: zie plusdoelen.
Techniek
Stand van uitwerking: 0 van de 19 doelen vallen onder een uitgewerkt dossier. De overige onderwerpen zijn in voorbereiding.
Alle Op.stap-doelen (19) en hun uitwerking
Systematische en methodische benadering van wetenschappelijke en technologische problemen › Ontwerpend leren
- 3.7.GL6.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen: ontwerpen, optimaliseren, de ontwerpcyclus, optimaliseren en presenteren.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL6.3 De leerlingen kennen de ontwerpcyclus als een gestructureerde aanpak met de volgende fasen: verkennen, ideeën verzinnen en selecteren, ontwerp plannen, ontwerp realiseren, testen en optimaliseren, presenteren.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL6.4 De leerlingen kennen het belang van het formuleren van criteria om aan een behoefte te voldoen.nog niet uitgewerkt
- 3.7.GL6.5 De leerlingen kunnen ontwerpen met behulp van de ontwerpcyclus.nog niet uitgewerkt
Technologie › Hoe mens, wetenschap en technologie elkaar beïnvloeden
- 3.6.GL6.5 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de wisselwerking, de technologische ontwikkeling, de wetenschappelijke ontdekking, de innovatie.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.6 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de duurzaamheid, de ecologische voetafdruk, de ethiek.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.1 De leerlingen kunnen uitdrukken dat gevolgen van wetenschappen en technologie op zichzelf, anderen, het milieu en de maatschappij, zowel op korte als op lange termijn, positief, negatief of onzeker kunnen zijn.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.2 De leerlingen kunnen voorbeelden geven van gevolgen van klimaatverandering voor mens, natuur en technologie.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.3 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe technologie kan helpen klimaatverandering te verminderen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.4 De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe technologie kan helpen om vervuiling te voorkomen of te verminderen.nog niet uitgewerkt
Technologie › Technische systemen hanteren
- 3.6.GL6.7 De leerlingen kennen minstens dit basisgereedschap voor basisonderhoud en herstellingen: de draadstripper, de striptang, de universele tang, de soldeerbout.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.15 De leerlingen kennen basisgereedschap voor basisonderhoud en herstellingen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.8 De leerlingen kennen het belang van het onderhouden en herstellen van technische systemen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.9 De leerlingen kunnen basisonderhoud en kleine herstellingen uitvoeren.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.10 De leerlingen weten dat verbindingen verschillen in sterkte, duurzaamheid en onderhoud.nog niet uitgewerkt
Technologie › Technische systemen beschrijven
- 3.6.GL6.14 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het tandwiel, de riem, de ketting, het technische systeem, de vormgeving, het design.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.11 De leerlingen kennen belangrijke mechanische overbrengingen: tandwielen, riemen en kettingen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.12 De leerlingen kennen de werking van technische systemen op basis van kennis over natuurkundige verschijnselen.nog niet uitgewerkt
- 3.6.GL6.13 De leerlingen kunnen de werking, de bouw en de materiaalkeuze van technische systemen analyseren en beschrijven.nog niet uitgewerkt
Daarnaast 1 plusdoel in dit leerjaar: zie plusdoelen.