Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
4.2.GL6.7
De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de kustprocessen en de gerelateerde landvormen en habitats: de golfslag, de kustlijn, de landtong, de kiezel, de zandduin, het koraalrif, de kusthabitat.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De vorming en het proces van de golfslag, de kustlijn, de landtong, de kiezel, de zandduin en het koraalrif.
Voorbeeld(en):
Voorbeeld(en):
- kusthabitat: steltlopers, meeuwen en sterns nestelen en foerageren op de Belgische kusthabitats van slikken en schorren
- kusthabitat: het zeeleven met inbegrip van wormen, schelpdieren en vissen die leven in de ondiepe wateren voor de Belgische kust
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.2.6 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 4.2.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de riviervorming en -processen: de smeltende ijskappen en gletsjers;
Volgt na (after)
- 4.2.GL6.10 6de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot infrastructuur en hun interactie met landschappen: het kustbeheer: de golfbrekers;
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL6.3 6de leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.