Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
3.2.GL6.3
De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
In het zesde leerjaar leren leerlingen alle gekende biotopen systematisch identificeren door levende en niet-levende factoren te vergelijken. Ze zetten daarbij hun brede kennis over classificatie, taxonomie, sporenplanten, bacteriën, schimmels, fauna en flora in om een biotoop te begrijpen als een samenhangend geheel van organismen en omgevingsfactoren.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.5 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GL5.2 5de leerjaar · De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.
- 3.2.GL5.3 5de leerjaar · De leerlingen kunnen een voedselketen opbouwen binnen de gekende biotopen.
- 3.2.GL5.4 5de leerjaar · De leerlingen kunnen verwoorden waarom organismen elkaar en hun omgeving nodig hebben om te overleven.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: ongeslachtelijke voortplanting.
- 4.2.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot natuurlijke aspecten van landschappen, inclusief de vorming en het proces ervan: de kustprocessen en de gerelateerde landvormen en habitats: de golfslag, de kustlijn, de landtong, de kiezel, de zandduin, het koraalrif, de kusthabitat.
- 3.2.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen weten dat mensen een positieve en negatieve impact kunnen hebben op het ecosysteem.
- 3.2.GL6.6 6de leerjaar · De leerlingen kunnen verwoorden dat omgevingen kunnen veranderen door natuurlijke of menselijke oorzaken.
- 3.1.GL6.6 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
- 3.1.GL6.4 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.2.GL6.1 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de biodiversiteit.
- 3.1.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL6.2 6de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: het grasland, het bos, de heide, de zee en de kust, het stadslandschap, het agrarisch landschap, het zoet water, het ecosysteem.