Minimumdoel · eindpunt zesde leerjaar

3.2.5

De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.

Rubriek
Wetenschap en techniek > Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop > Relatie tussen organismen onderling en hun omgeving
Soort
Te bereiken minimumdoelen op populatieniveau
Geldig vanaf
1 september 2025
Unieke code
6-3.2.5 (eindpunt + code)
Bron
Vlaamse overheid (AHOVOKS); record uit de KOV-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92802)

Kennis in de encyclopedie

Voor dit minimumdoel is nog geen artikel gekoppeld.

Op.stap-doelen die hiernaar verwijzen

Koppelingen zoals de Op.stap-export ze aanlevert; niet onafhankelijk gecontroleerd.

  • 3.2.GL1.2 1ste leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal twee van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
  • 3.2.GL2.2 2de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal drie van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
  • 3.2.GL3.2 3de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vier van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
  • 3.2.GL4.4 4de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren minimaal vijf van de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, landbouwlandschap, zoet water.
  • 3.2.GL5.2 5de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.
  • 3.2.GL6.3 6de leerjaar (G)De leerlingen kunnen aan de hand van hun biotische en abiotische factoren de volgende biotopen identificeren: grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap, zoet water.