Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
4.2.GL6.19
De leerlingen kunnen de seizoenen in verband brengen met de beweging van de aarde rond de zon, rekening houdend met de schuine stand van de aardas.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Seizoenen ontstaan doordat de aarde (in een scheefstand ten opzichte van de zon) rond de zon draait, waardoor zonlicht en warmte tijdens het jaar veranderen. Daardoor hebben we seizoenen: als het op het noordelijk halfrond bijvoorbeeld zomer is, krijgt het meer zon en warmte, terwijl het op het zuidelijk halfrond winter is, en andersom.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.2.18 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 4.2.GL6.18 6de leerjaar · De leerlingen kunnen het burgerlijk jaar en het schrikkeljaar in verband brengen met de beweging van de aarde rond de zon, rekening houdend met de schuine stand van de aardas.
Samen te bekijken (together)
- 4.3.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden op niveau 6de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden over: ruimtelijke posities, relaties en contrasten;