Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
3.2.GL6.15
De leerlingen kennen het concept van evolutie.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat evolutie betekent dat soorten in de loop van een lange tijd kunnen veranderen. Organismen hebben kenmerken die hen helpen om in een bepaalde omgeving te overleven. Wanneer de omgeving verandert, hebben sommige organismen kenmerken die beter passen bij die nieuwe omstandigheden. Die organismen hebben dan meer kans om te overleven en nakomelingen te krijgen. Zo kunnen soorten doorheen vele generaties veranderen.
Bij dit doel ligt de nadruk op een eerste inzicht in het concept evolutie. Leerlingen hoeven evolutie nog niet volledig biologisch of genetisch te verklaren, maar ze leren wel dat soorten niet altijd hetzelfde blijven en dat aanpassingen aan de omgeving hierbij een belangrijke rol spelen. Dit sluit aan bij de doelen in hetzelfde leerjaar rond soort, aanpassing, erfelijke eigenschappen en het inzicht dat soorten in de loop der tijd kunnen veranderen of uitsterven.
Voorbeeld:
Lang geleden leefden de eerste geleedpotigen in het water. Ze hadden aanpassingen die hen hielpen om in die omgeving te overleven, bijvoorbeeld structuren om te ademen, zoals kieuwen, en poten waarmee ze konden zwemmen. Toen bepaalde gebieden droogvielen, veranderde hun leefomgeving. Dieren die alleen aan leven in het water aangepast waren, konden daar moeilijk overleven. Dieren met kenmerken die beter pasten bij leven op het land hadden meer kans om te overleven. Zo helpt dit voorbeeld leerlingen begrijpen dat veranderingen in de omgeving invloed kunnen hebben op welke organismen blijven voortbestaan.
Bij dit doel ligt de nadruk op een eerste inzicht in het concept evolutie. Leerlingen hoeven evolutie nog niet volledig biologisch of genetisch te verklaren, maar ze leren wel dat soorten niet altijd hetzelfde blijven en dat aanpassingen aan de omgeving hierbij een belangrijke rol spelen. Dit sluit aan bij de doelen in hetzelfde leerjaar rond soort, aanpassing, erfelijke eigenschappen en het inzicht dat soorten in de loop der tijd kunnen veranderen of uitsterven.
Voorbeeld:
Lang geleden leefden de eerste geleedpotigen in het water. Ze hadden aanpassingen die hen hielpen om in die omgeving te overleven, bijvoorbeeld structuren om te ademen, zoals kieuwen, en poten waarmee ze konden zwemmen. Toen bepaalde gebieden droogvielen, veranderde hun leefomgeving. Dieren die alleen aan leven in het water aangepast waren, konden daar moeilijk overleven. Dieren met kenmerken die beter pasten bij leven op het land hadden meer kans om te overleven. Zo helpt dit voorbeeld leerlingen begrijpen dat veranderingen in de omgeving invloed kunnen hebben op welke organismen blijven voortbestaan.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.11 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL6.11 6de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de evolutie, de soort, de aanpassing.
- 3.2.GL6.16 6de leerjaar · De leerlingen weten dat soorten in de loop der tijd kunnen veranderen en dat sommige uitgestorven zijn.
- 3.2.GL6.17 6de leerjaar · De leerlingen kunnen voorbeelden geven van aanpassingen van organismen.