Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)

3.1.GL6.17

De leerlingen kennen redenen waarom organismen zichzelf voortplanten.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
6de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel d2692618-c2bb-48ae-8efe-36b814cf66fe

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat organismen zich voortplanten om ervoor te zorgen dat hun soort blijft bestaan. Individuele organismen leven niet eeuwig: ze worden geboren of ontstaan, groeien, planten zich voort en sterven uiteindelijk. Door nakomelingen te krijgen, kan het leven van dezelfde soort verdergaan. De leraar legt de link met dieren, planten, schimmels en bacteriën en laat leerlingen verwoorden dat voortplanting nodig is voor het voortbestaan van organismen. 
Voorbeelden:
  • De leerling legt uit dat vogels eieren leggen waaruit jonge vogels komen. Zo kunnen er later opnieuw volwassen vogels ontstaan die zich voortplanten.
  • De leerling beschrijft dat vissen veel eitjes leggen, omdat niet elk eitje uitgroeit tot een volwassen vis. Door veel nakomelingen te krijgen, vergroot de kans dat de soort blijft bestaan.
  • De leerling legt uit dat zaadplanten zaden vormen waaruit nieuwe planten kunnen groeien, bijvoorbeeld een boon die uitgroeit tot een nieuwe bonenplant.
  • De leerling beschrijft dat paardenbloemen veel zaadjes verspreiden met de wind, zodat sommige zaadjes op een geschikte plaats terechtkomen en kunnen kiemen.
  • De leerling legt uit dat aardbeiplanten uitlopers vormen, waardoor nieuwe aardbeiplantjes kunnen ontstaan zonder dat er eerst zaden gevormd worden.
  • De leerling beschrijft dat schimmels sporen vormen die zich kunnen verspreiden en op een geschikte plaats kunnen uitgroeien tot nieuwe schimmels.
  • De leerling legt uit dat bacteriën zich delen: uit één bacterie ontstaan twee bacteriën. Zo kunnen bacteriën zich snel vermeerderen wanneer de omstandigheden goed zijn.
  • De leerling verwoordt dat organismen zich voortplanten omdat individuen niet blijven leven, maar de soort via nakomelingen kan verder bestaan.
  • De leerling legt uit dat voortplanting ook zorgt voor verspreiding: nieuwe planten, schimmels of dieren kunnen op andere plaatsen terechtkomen en daar verder groeien of leven.
  • De leerling vergelijkt verschillende organismen en besluit dat voortplanting telkens hetzelfde doel heeft: nieuw leven laten ontstaan en de soort in stand houden, ook al gebeurt dat op verschillende manieren.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.5 zesde leerjaarDe leerlingen kennen redenen waarom organismen zichzelf voortplanten.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92790); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GL6.1 6de leerjaar · De leerlingen kunnen een onderzoek opzetten met behulp van de onderzoekscyclus.