Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)
5.2.GL6.5
De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd, hedendaagse tijd.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Toelichting: De leerlingen raken vertrouwd met de benamingen van de zes periodes doordat de leraar ze in L1, L2, L3 en L4 al als richtinggevende woordenschat hanteert bij de doelen uit 'kennis van het verleden'. Vanaf L5 wordt van de leerlingen verwacht dat ze de termen zelf leren kennen (inclusief: gebruiken). Het is dus belangrijk dat de richtinggevende woordenschat correct en veelvuldig gebruikt wordt. In L6 wordt 'hedendaagse tijd' toegevoegd, omdat deze periode dan aan bod komt in kennis van het verleden.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 5.2.7 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 5.2.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 2.3.GL6.67 Wiskunde De leerling kan een jaartal situeren in een eeuw [H1]. (buiten de selectie van Kennisatlas)