Op.stap-doel · 6de leerjaar (G)

3.2.GL6.8

De leerlingen kennen de volgende begrippen: de stek, de bol, de knol, de wortelstok, de uitloper.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Relatie tussen organismen en tussen organismen en omgevingsfactoren in een biotoop
Subdomein
Bouw van organismen
Cluster
Begrippen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
6de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 8e908aa4-c9b7-4f09-8fb7-ba0fe53b2536

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat planten zich niet alleen kunnen voortplanten via zaden, maar ook via plantendelen. Dat noemen we ongeslachtelijke voortplanting: er ontstaat een nieuwe plant uit één ouderplant, zonder samensmelting van mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen.
Toelichting bij de begrippen
  • De stek is een stukje van een plant dat kan uitgroeien tot een nieuwe plant.
  • De bol is een ondergronds plantendeel met voedselvoorraad waaruit een nieuwe plant kan groeien.
  • De knol is een verdikt plantendeel met voedselvoorraad waaruit een nieuwe plant kan groeien.
  • De wortelstok is een ondergrondse stengel waaruit nieuwe scheuten en wortels kunnen groeien.
  • De uitloper is een lange stengel die over of onder de grond groeit en waaruit een nieuwe plant kan ontstaan. 
Bij dit doel ligt de nadruk op begrijpen, herkennen, benoemen en verbinden met het proces van ongeslachtelijke voortplanting bij planten. Leerlingen leren dat deze begrippen geen losse plantendelen zijn, maar voorbeelden van manieren waarop planten zich kunnen vermeerderen. Ze leren dus ook het verband leggen tussen bouw en voortplanting.
Voorbeelden:
  • De leerlingen bekijken een stek van een plant en benoemen dat dit stukje kan uitgroeien tot een nieuwe plant. 
  • De leerlingen herkennen een bol, bijvoorbeeld bij een tulp of ui, als een ondergronds plantendeel met voedselvoorraad waaruit een nieuwe plant kan groeien. 
  • De leerlingen herkennen een knol, bijvoorbeeld bij een aardappel, als een verdikt plantendeel met voedselvoorraad waaruit een nieuwe plant kan groeien. 
  • De leerlingen bekijken een afbeelding van een plant met een wortelstok en benoemen dat daaruit nieuwe scheuten en wortels kunnen groeien. 
  • De leerlingen bekijken een aardbeiplant met uitlopers en benoemen dat uit zo’n lange stengel een nieuwe plant kan ontstaan. 
  • De leerlingen sorteren voorbeelden in twee groepen: voortplanting via zaden en voortplanting via plantendelen.
  • De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “Een stek kan uitgroeien tot een nieuwe plant”, “Een bol heeft voedselvoorraad”, “Uit een uitloper kan een nieuwe plant ontstaan.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

De Op.stap-export bevat bij dit doel geen verwijzing naar een minimumdoel. Dat bewijst niet dat het doel buiten de minimumdoelen valt.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.2.GL5.8 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de meeldraden, het vruchtbeginsel.
  • 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
  • 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GL6.12 6de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen: de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten, de sporenplanten; de schimmels; de bacteriën.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.1.GL6.4 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
  • 3.1.GL6.13 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de ongeslachtelijke voortplanting.
  • 3.1.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.