Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)
3.2.GL5.8
De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de meeldraden, het vruchtbeginsel.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat een bloem uit verschillende delen bestaat. Ze leren nu preciezer kijken naar onderdelen die een rol spelen bij de voortplanting van zaadplanten: kelkbladeren, kroonbladeren, stamper, meeldraden en vruchtbeginsel.
Leerlingen leren dat deze delen samenhangen met bestuiving, bevruchting en de vorming van zaden.
Toelichting bij de begrippen
Leerlingen leren dat deze delen samenhangen met bestuiving, bevruchting en de vorming van zaden.
Toelichting bij de begrippen
- De kelkbladeren zijn de bloemonderdelen die gekoppeld worden aan de functie bescherming van de knop.
- De kroonbladeren zijn de opvallende bloembladeren die gekoppeld worden aan het aantrekken van insecten.
- De stamper wordt omschreven als het vrouwelijke deel van de bloem.
- De meeldraden worden omschreven als het mannelijke deel van de bloem.
- Het vruchtbeginsel wordt gekoppeld aan het ontstaan van de vrucht.
- De leerlingen bekijken een bloem en wijzen de kroonbladeren aan als de vaak opvallende bladeren van de bloem.
- De leerlingen wijzen de kelkbladeren aan, bijvoorbeeld onderaan of rond de bloemknop, en verbinden die met de bescherming van de knop.
- De leerlingen zoeken in een bloem de meeldraden en benoemen die als het mannelijke deel van de bloem.
- De leerlingen zoeken de stamper en benoemen die als het vrouwelijke deel van de bloem.
- De leerlingen benoemen het vruchtbeginsel als een onderdeel dat verbonden is met het ontstaan van een vrucht.
- De leerlingen bekijken een doorsnede of schema van een bloem en leggen woordkaartjes bij de juiste onderdelen: kelkbladeren, kroonbladeren, stamper, meeldraden, vruchtbeginsel.
- De leerlingen gebruiken eenvoudige zinnen: “De kroonbladeren trekken insecten aan”, “De meeldraden zijn het mannelijke deel”, “De stamper is het vrouwelijke deel” en “Uit het vruchtbeginsel kan een vrucht ontstaan.”
- De leerlingen leggen met ondersteuning uit dat bestuiving en bevruchting kunnen leiden tot de vorming van zaden.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.9 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GL4.5 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.2.GL4.12 4de leerjaar · De leerlingen kennen de functie van de verschillende delen van een plant: wortel, stengel, stam, bladeren, bloemen, vruchten, zaad.
- 3.2.GL4.13 4de leerjaar · De leerlingen weten dat stoffen worden getransporteerd binnen dieren en planten.
Volgt na (after)
- 3.2.GL6.8 6de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de stek, de bol, de knol, de wortelstok, de uitloper.
Samen te bekijken (together)
- 3.1.GL5.9 5de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen, de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten; de schimmels.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.2.GL5.10 5de leerjaar · De leerlingen kennen de functie van de verschillende delen van een bloem: kelkbladeren, kroonbladeren, stamper, vruchtbeginsel, meeldraden.
- 3.1.GL5.12 5de leerjaar · De leerlingen kennen het belang van insecten bij de bestuiving van zaadplanten.
- 3.1.GL5.11 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bestuiving, de bevruchting.
- 3.1.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: bouw.
- 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.