Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

3.1.GL5.12

De leerlingen kennen het belang van insecten bij de bestuiving van zaadplanten.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 70c4cefb-3058-412f-840f-e99b204589d5

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat bestuiving nodig is bij de voortplanting van veel zaadplanten. Bij bestuiving komt stuifmeel van de meeldraden op de stamper terecht. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Bij insectenbestuiving nemen insecten, zoals bijen, hommels of vlinders, stuifmeel mee van de ene bloem naar de andere wanneer ze nectar zoeken. Zo helpen insecten mee aan de vorming van vruchten en zaden. Bij windbestuiving wordt stuifmeel door de wind verspreid. De leerlingen ontdekken dat insecten dus een belangrijke rol spelen in de voortplanting van veel bloeiende planten.
Voorbeelden:
  • De leerling beschrijft dat een bij stuifmeel meeneemt wanneer ze van bloem naar bloem vliegt om nectar te zoeken. Daardoor kan stuifmeel op de stamper van een andere bloem terechtkomen.
  • De leerling legt uit dat na bestuiving en bevruchting zaden kunnen ontstaan, bijvoorbeeld bij een appelboom, aardbeiplant of kersenboom. Insecten helpen dus mee aan het ontstaan van vruchten.
  • De leerling vergelijkt insectenbestuiving en windbestuiving: bij insectenbestuiving brengen insecten stuifmeel over, terwijl bij windbestuiving het stuifmeel door de wind wordt verspreid, zoals bij grassen of sommige bomen.
Richtinggevende woordenschat: wind- en insectenbestuiving

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.7 zesde leerjaarDe leerlingen kennen het belang van insecten bij de bestuiving van zaadplanten.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92792); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.

Samen te bekijken (together)

  • 3.1.GL5.2 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de zaadplanten.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.2.GL5.8 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de meeldraden, het vruchtbeginsel.
  • 3.1.GL5.11 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bestuiving, de bevruchting.
  • 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.