Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

3.1.GL5.11

De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bestuiving, de bevruchting.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Organismen
Subdomein
Ontwikkeling en voortplanting van organismen
Cluster
Begrippen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel a297ad61-4cae-488f-9d70-ee4500c5e4a9

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat bestuiving en bevruchting stappen zijn in de geslachtelijke voortplanting van zaadplanten. Bij bestuiving komt stuifmeel van de meeldraden op de stamper terecht. Dat kan gebeuren door bijvoorbeeld insecten of wind. Bij bevruchting versmelt een mannelijke geslachtscel uit het stuifmeel met een vrouwelijke geslachtscel in het vruchtbeginsel. Daarna kunnen zaden ontstaan, waaruit later nieuwe planten kunnen groeien.
Voorbeelden:
  • De leerling beschrijft dat een bij stuifmeel van de ene bloem naar de stamper van een andere bloem kan brengen. Dat noemen we bestuiving.
  • De leerling legt uit dat bevruchting pas na bestuiving kan gebeuren: het stuifmeel komt op de stamper terecht en daarna kan er in het vruchtbeginsel een zaad ontstaan.
  • De leerling gebruikt een eenvoudig schema om het verschil te tonen: stuifmeel op stamper = bestuiving; samensmelten van geslachtscellen = bevruchting.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.1.4 zesde leerjaarDe leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de geslachtelijke voortplanting, de ongeslachtelijke voortplanting, de bestuiving, de bevruchting.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92789); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.1.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.

Volgt na (after)

  • 3.1.GL6.13 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de ongeslachtelijke voortplanting.
  • 3.1.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: ongeslachtelijke voortplanting.

Verplicht samen (mandatoryTogether)

  • 3.2.GL5.8 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de kelkbladeren, de kroonbladeren, de stamper, de meeldraden, het vruchtbeginsel.
  • 3.1.GL5.12 5de leerjaar · De leerlingen kennen het belang van insecten bij de bestuiving van zaadplanten.
  • 3.1.GL5.13 5de leerjaar · De leerlingen kennen het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
  • 3.1.GL5.10 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de geslachtelijke voortplanting.
  • 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.