Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)
3.1.GL5.10
De leerlingen kennen de volgende begrippen: de voortplanting, de geslachtelijke voortplanting.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat voortplanting betekent dat levende wezens zorgen voor nakomelingen. Zo blijft een soort bestaan. Bij geslachtelijke voortplanting zijn er twee geslachtscellen nodig: een mannelijke en een vrouwelijke geslachtscel. Wanneer die samenkomen, kan er een nieuw organisme ontstaan. De leerlingen ontdekken dat geslachtelijke voortplanting voorkomt bij mensen, dieren en planten, maar dat dit er bij verschillende groepen organismen anders kan uitzien. Bij dieren kan een jong bijvoorbeeld levend geboren worden of uit een ei komen. Bij zaadplanten gebeurt geslachtelijke voortplanting via bloemen, bestuiving, bevruchting, vruchten en zaden.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling beschrijft dat bij veel dieren geslachtelijke voortplanting nodig is om jongen te krijgen. Bij zoogdieren, zoals een hond of paard, groeit het jong in het lichaam van de moeder en wordt het levend geboren.
- De leerling vergelijkt vogels en amfibieën: vogels leggen eieren met een schaal, terwijl kikkers eitjes in het water leggen. In beide gevallen gaat het om voortplanting waarbij nieuw leven kan ontstaan.
- De leerling legt uit dat bij zaadplanten geslachtelijke voortplanting gebeurt via de bloem: stuifmeel van de meeldraden komt op de stamper terecht, waarna bevruchting kan plaatsvinden en er zaden kunnen ontstaan.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.4 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.1.GL4.4 4de leerjaar · De leerlingen kunnen amfibieën beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kunnen flora beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL4.12 4de leerjaar · De leerlingen kunnen verschillen en overeenkomsten beschrijven bij de voortplanting van fauna.
Volgt na (after)
- 3.1.GL6.5 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: ongeslachtelijke voortplanting.
- 3.1.GL6.9 6de leerjaar · De leerlingen kunnen bacteriën beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL6.11 6de leerjaar · De leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.
- 3.1.GL6.13 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de ongeslachtelijke voortplanting.
Verplicht samen (mandatoryTogether)
- 3.1.GL5.4 5de leerjaar · De leerlingen kunnen reptielen beschrijven op basis van kenmerken: voortplantingswijze.
- 3.1.GL5.13 5de leerjaar · De leerlingen kennen het proces van geslachtelijke voortplanting bij zaadplanten.
- 3.1.GL5.11 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de bestuiving, de bevruchting.
- 3.1.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van voortplantingswijze: geslachtelijke voortplanting.