Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)
3.1.GL5.8
De leerlingen kunnen zaadplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen onderzoeken hoe zaadplanten aan voedingsstoffen en energie komen. Ze leren dat zaadplanten geen voedsel opnemen zoals dieren, maar zelf voedingsstoffen aanmaken via fotosynthese. Daarvoor gebruiken ze water, koolstofdioxide uit de lucht en licht. De wortels nemen water en mineralen op uit de bodem, de stengel vervoert deze stoffen doorheen de plant en de bladeren vangen licht op. In de bladeren maakt de plant, met behulp van bladgroen, suikers aan die dienen als voedsel voor de plant. De leraar stimuleert leerlingen om de voedingswijze van zaadplanten te verbinden met hun bouw: wortels, stengel, bladeren en eventueel opslagorganen spelen hierbij elk een rol.
Voorbeelden:
Voorbeelden:
- De leerling beschrijft dat een zaadplant water en mineralen opneemt via de wortels.
- De leerling legt uit dat de stengel water en voedingsstoffen vervoert naar de bladeren, bloemen en andere plantendelen.
- De leerling beschrijft dat bladeren licht opvangen en dat de plant daar, samen met water en koolstofdioxide, zelf suikers mee maakt.
- De leerling gebruikt het begrip fotosynthese om uit te leggen dat planten hun eigen voedsel aanmaken.
- De leerling merkt op dat groene bladeren belangrijk zijn voor de voedingswijze van een plant, omdat ze bladgroen bevatten.
- De leerling legt uit dat een plant koolstofdioxide uit de lucht opneemt en zuurstof afgeeft.
- De leerling herkent dat sommige zaadplanten voedsel opslaan in bepaalde plantendelen, bijvoorbeeld in wortels, zaden, vruchten of stengels.
- De leerling geeft voorbeelden van voedselopslag bij zaadplanten, zoals een wortel, aardappel, boon, erwt, appel of zonnebloempit.
- De leerling vergelijkt zaadplanten met dieren en verwoordt dat dieren voedsel moeten zoeken of eten, terwijl zaadplanten met licht, water en stoffen uit de lucht zelf voedsel kunnen aanmaken.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.1.3 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 3.1.GL6.11 6de leerjaar · De leerlingen kunnen organismen classificeren op basis van kenmerken: bouw, voedingswijze en voortplantingswijze.
- 3.1.GL6.12 6de leerjaar · De leerlingen kennen de classificatie van organismen: de fauna: de gewervelden: de zoogdieren, de vogels, de reptielen, de amfibieën, de vissen; de ongewervelden: de geleedpotigen: de insecten, de spinachtigen; andere ongewervelden; de flora: de zaadplanten, de sporenplanten; de schimmels; de bacteriën.
- 3.1.GL6.6 6de leerjaar · De leerlingen kunnen sporenplanten beschrijven op basis van kenmerken: voedingswijze.
- 3.2.GL6.4 6de leerjaar · De leerlingen kennen diensten die het ecosysteem levert aan de mens.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL5.10 5de leerjaar · De leerlingen kennen de functie van de verschillende delen van een bloem: kelkbladeren, kroonbladeren, stamper, vruchtbeginsel, meeldraden.
- 3.2.GL5.11 5de leerjaar · De leerlingen weten dat organismen opgebouwd zijn uit verschillende delen die elk een functie hebben en vaak samenwerken om het organisme te laten leven.