Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

5.1.GL5.7

De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, zijderoutes, zeevaarders, Columbus.

Discipline
Geschiedenis
Domein
Kennis van het verleden
Subdomein
Vroegmoderne tijd
Cluster
Hoe voorzien mensen in hun levensonderhoud?
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 23e3d976-e98b-45cf-94a9-b25ae4b8c8ba

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

Samenleving: Contacten tussen samenlevingen
Richtinggevende woordenschat: vroegmoderne tijd, onze tijd(drekening)

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 5.1.1 zesde leerjaarDe leerlingen weten hoe mensen in de vroegmoderne tijd overleefden, samenleefden en hoe ze dachten.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92425); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 5.1.GL4.13 4de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd in Europa overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: staatsvorming, Frankrijk, Lodewijk XIV.

Volgt na (after)

  • 5.1.GL5.8 5de leerjaar · De leerlingen weten hoe mensen tijdens de vroegmoderne tijd doorheen contacten tussen samenlevingen overleefden, samenleefden en hoe ze dachten: wereldimperialisme, de West-Indische Compagnie, het ronden van Kaap de Goede Hoop.

Samen te bekijken (together)

  • 5.2.GL5.3 5de leerjaar · De leerlingen kunnen typische historische vragen stellen met betrekking tot continuïteit-verandering.
  • 5.2.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen hun historische kennis gebruiken om vragen te stellen over de perspectieven van mensen en groepen in het verleden.
  • 5.2.GL5.7 5de leerjaar · De leerlingen kunnen redeneringen over personen, groepen, gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden verwoorden vanuit verschillende perspectieven.
  • 4.1.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen de ligging van plaatsen uit de actualiteit en uit de geschiedenis observeren.
  • 5.2.GL5.4 5de leerjaar · De leerlingen kunnen hun gedachten ordenen om typische historische vragen te beantwoorden met betrekking tot continuïteit-verandering, oorzaak-gevolg.