Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)
3.2.GL5.7
De leerlingen kennen de opbouw van een voedselweb.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De leerlingen leren dat een voedselweb bestaat uit meerdere voedselketens die met elkaar verbonden zijn. Waar een voedselketen één rechte lijn toont — bijvoorbeeld gras → konijn → vos — laat een voedselweb zien dat organismen vaak verschillende voedselrelaties hebben. Eén dier kan meerdere soorten voedsel eten en kan zelf ook door verschillende dieren gegeten worden. Zo ontdekken leerlingen dat organismen in een biotoop niet los van elkaar leven, maar samen een netwerk vormen.
De leraar bouwt best verder op de voorkennis uit het derde en vierde leerjaar: leerlingen kennen eenvoudige voedselketens, weten dat een voedselketen meestal start bij flora, en kennen de rollen van producenten, consumenten en reducenten. In het vijfde leerjaar wordt dat uitgebreid naar een netwerk van voedselrelaties binnen gekende biotopen, zoals grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap en zoet water.
Voorbeelden:
De leraar bouwt best verder op de voorkennis uit het derde en vierde leerjaar: leerlingen kennen eenvoudige voedselketens, weten dat een voedselketen meestal start bij flora, en kennen de rollen van producenten, consumenten en reducenten. In het vijfde leerjaar wordt dat uitgebreid naar een netwerk van voedselrelaties binnen gekende biotopen, zoals grasland, bos, heide, zee en kust, stadslandschap, agrarisch landschap en zoet water.
Voorbeelden:
- De leerling ziet dat in een grasland verschillende voedselketens samen een voedselweb kunnen vormen:
gras → konijn → vos
gras → sprinkhaan → vogel → vos
bloem → rups → vogel → roofvogel
De leerling begrijpt dat sommige organismen, zoals een vos of roofvogel, in meerdere voedselketens kunnen voorkomen. - De leerling bouwt een eenvoudig voedselweb in een bos met bijvoorbeeld:
blad → rups → mees → sperwer
zaad → muis → uil
vruchten → muis → vos
Zo ziet de leerling dat een bos niet uit één voedselketen bestaat, maar uit verschillende voedselrelaties die elkaar kunnen kruisen. - De leerling beschrijft een voedselweb bij zoet water:
waterplant → insectenlarve → vis → reiger
algen → kleine waterdiertjes → vis
waterplant → slak → eend
De leerling herkent dat meerdere organismen afhankelijk zijn van dezelfde voedselbronnen of zelf voedsel zijn voor meerdere dieren. - De leerling legt uit dat een verandering in één organisme gevolgen kan hebben voor meerdere voedselketens. Als er bijvoorbeeld minder insecten zijn, kan dat gevolgen hebben voor vogels, vissen, kikkers of andere dieren die insecten eten.
- De leerling duidt in een voedselweb aan welke organismen aan het begin staan, zoals planten, grassen, bladeren, zaden, waterplanten of algen, en welke organismen consumenten zijn.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.2 zesde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 3.2.GL4.6 4de leerjaar · De leerlingen kennen de rol van organismen in de voedselkringloop: producenten, consumenten, reducenten.
- 3.2.GL4.7 4de leerjaar · De leerlingen kunnen de voedselpiramide beschrijven door aan te tonen hoe dieren zich voeden met dieren en/of planten.
Volgt na (after)
- 3.2.GL6.4 6de leerjaar · De leerlingen kennen diensten die het ecosysteem levert aan de mens.
- 3.2.GL6.7 6de leerjaar · De leerlingen kunnen verwoorden aan de hand van voorbeelden waarom biodiversiteit essentieel is voor het leven op aarde.
- 3.2.GL6.1 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de biodiversiteit.
Samen te bekijken (together)
- 3.2.GL5.1 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: het voedselweb.
- 3.2.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kunnen voedselketens opnoemen.
- 3.2.GL5.4 5de leerjaar · De leerlingen kunnen verwoorden waarom organismen elkaar en hun omgeving nodig hebben om te overleven.
- 3.2.GL5.6 5de leerjaar · De leerlingen kunnen voedselketens interpreteren.