Op.stap-doel · 5de leerjaar (G)

3.5.GL5.2

De leerlingen kennen licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Natuurkundige verschijnselen
Subdomein
Licht
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
5de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 5850badb-fa8a-4800-941d-fbacc65ca1ef

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat licht op verschillende manieren met materialen kan reageren. Licht kan reflecteren: het kaatst terug op een oppervlak. Licht kan geabsorbeerd worden: het wordt opgenomen door een materiaal. Licht kan ook doorgelaten worden: het gaat helemaal of gedeeltelijk door een materiaal heen.
Voorbeelden:
  • De leerlingen herkennen reflecteren bij een reflecterende strip op een fluojas. 
  • De leerlingen herkennen dat spiegels, glimmende metalen en natte oppervlakken licht sterker kunnen reflecteren. 
  • De leerlingen herkennen doorlaten van licht bij helder glas: helder glas laat licht nagenoeg volledig door. 
  • De leerlingen herkennen deels doorlaten van licht bij een gordijn: een gordijn laat nog licht door, maar niet alles. 
  • De leerlingen herkennen absorberen van licht bij zwarte kleding: zwarte kleding wordt sneller warm dan witte kleding. 
  • De leerlingen vergelijken materialen zoals glas, karton, stof, aluminiumfolie, spiegel, fluostrip of zwart papier en benoemen of het materiaal vooral licht reflecteert, absorbeert of doorlaat.
Mogelijke indeling voor de klaspraktijk
  • Reflecteren: spiegel, reflecterende strip op fluojas, glimmend metaal, nat oppervlak.
  • Absorberen: zwarte kleding, donker papier, donkere stof.
  • Doorlaten: helder glas, raam, doorzichtige folie.
  • Deels doorlaten: gordijn, mat glas, dunne stof.
Mogelijke aanpak met onderzoekende houding
  • Onderzoeksvraag: Wat gebeurt er met licht wanneer het op verschillende materialen valt?
  • Voorspelling: De leerlingen voorspellen welk materiaal licht terugkaatst, opneemt of doorlaat.
  • Onderzoek: De leerlingen schijnen met een zaklamp op verschillende materialen.
  • Waarneming: De leerlingen kijken of het licht terugkaatst, verdwijnt, door het materiaal heen gaat of gedeeltelijk wordt doorgelaten.
  • Conclusie: De leerlingen benoemen per materiaal: “Dit materiaal reflecteert licht”, “Dit materiaal absorbeert licht” of “Dit materiaal laat licht door.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.5.4 zesde leerjaarDe leerlingen kennen licht: reflecteren, absorberen en doorlaten van licht.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92833); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.5.GL3.10 3de leerjaar · De leerlingen weten dat schaduwen ontstaan door de rechtlijnige beweging van licht.
  • 3.5.GL3.12 3de leerjaar · De leerlingen weten dat licht kan terugkaatsen op zeer gladde, spiegelende oppervlakken.
  • 3.5.GL3.13 3de leerjaar · De leerlingen kunnen met spiegels de richting van een lichtstraal veranderen.