Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
5.2.GL4.8
De leerlingen kennen de volgende begrippen: het verleden, het heden, de toekomst, de periode, de duur, geschiedenis.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Toelichting: De leerlingen leren deze begrippen gaandeweg kennen doordat de leraar ze in L1, L2, L3 en L4 als richtinggevende woordenschat hanteert bij de doelen uit 'kennis van het verleden'.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 5.2.9 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 5.2.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.
Samen te bekijken (together)
- 5.2.GL4.10 4de leerjaar · De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, hedendaagse tijd.
- 5.2.GL4.9 4de leerjaar · De leerlingen kennen de tijdsaanduidingen: v.o.t. en o.t.
- 4.3.GL4.20 4de leerjaar · De leerlingen kunnen aardrijkskundige kennis en vaardigheden van het 4de jaar gebruiken om zelf aardrijkskundige vragen te beantwoorden: verandering in de tijd, inclusief de toekomst.