Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
5.2.GL4.9
De leerlingen kennen de tijdsaanduidingen: v.o.t. en o.t.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Toelichting: De leerlingen raken vertrouwd met deze begrippen (voor onze (tijd)rekening/onze (tijd)rekening) gaandeweg kennen doordat de leraar ze in L1, L2, L3 en L4 als richtinggevende woordenschat hanteert bij de doelen uit 'kennis van het verleden'. Daarom is dit doel als zodanig niet opgenomen in de vorige leerjaren. Vanaf L4 wordt van de leerlingen verwacht dat ze de termen zelf kennen (inclusief: gebruiken). Het is dus belangrijk dat de richtinggevende woordenschat correct en veelvuldig gebruikt wordt.
We kiezen niet voor de begrippen 'voor Christus'/'na Christus' om volgende redenen:
We kiezen niet voor de begrippen 'voor Christus'/'na Christus' om volgende redenen:
- aansluiten bij de terminologie van de minimumdoelen
- aansluiten bij internationaal gebruik (bv. Before Common Era/Common Era)
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 5.2.10 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 5.2.GL5.5 5de leerjaar · De leerlingen kennen de zes periodes van het gehanteerde historische referentiekader: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.
Samen te bekijken (together)
- 5.2.GL4.10 4de leerjaar · De leerlingen kunnen aangereikte bronnen over de bestudeerde historische periodes chronologisch ordenen: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, hedendaagse tijd.
- 5.2.GL4.8 4de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: het verleden, het heden, de toekomst, de periode, de duur, geschiedenis.