Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
3.2.GL4.14
De leerlingen kunnen gelijkenissen en verschillen benoemen tussen ouders en nakomelingen bij mens en dier.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
Toelichting
Leerlingen ontdekken dat nakomelingen (kinderen of jongen) vaak lijken op hun ouders, omdat ze kenmerken erven, maar dat ze ook verschillen vertonen. Ze leren kenmerken herkennen zoals uiterlijk (bv. kleur, grootte) en gedrag, en deze vergelijken tussen ouder en jong, zowel bij mensen als bij dieren.
Leerlingen ontdekken dat nakomelingen (kinderen of jongen) vaak lijken op hun ouders, omdat ze kenmerken erven, maar dat ze ook verschillen vertonen. Ze leren kenmerken herkennen zoals uiterlijk (bv. kleur, grootte) en gedrag, en deze vergelijken tussen ouder en jong, zowel bij mensen als bij dieren.
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 3.2.10 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Volgt na (after)
- 3.2.GL6.10 6de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de erfelijke eigenschappen.
- 3.2.GL6.13 6de leerjaar · De leerlingen weten dat nakomelingen erfelijke eigenschappen van hun ouders meekrijgen.
- 3.2.GL6.14 6de leerjaar · De leerlingen weten dat nakomelingen in de regel verschillend van, en niet identiek aan hun ouders zijn.