Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)

3.4.GL4.3

De leerlingen kennen de volgende begrippen: omkeerbare reactie, niet-omkeerbare reactie.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Materie
Subdomein
Eigenschappen van materie
Cluster
Begrippen
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
4de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel c0cdd80c-d26a-46c8-baf0-89743d9f0501

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat sommige veranderingen aan materie omkeerbaar zijn en andere niet-omkeerbaar. Bij een omkeerbare reactie of omkeerbaar verschijnsel kan de materie opnieuw teruggebracht worden naar een eerdere toestand of kan een stof opnieuw gescheiden worden. Bij een niet-omkeerbare reactie of niet-omkeerbaar verschijnsel kan dat niet zomaar: er ontstaat iets nieuws of de oorspronkelijke stof kan niet terugkeren naar de beginsituatie. Het is didactisch zinvol om bij deze voorbeelden ook te spreken over omkeerbare en niet-omkeerbare processen, omdat smelten en bevriezen faseovergangen zijn, terwijl verbranden een chemische reactie is.
Begrippen
  • Omkeerbare reactie / omkeerbaar verschijnsel
    Een verandering waarbij je de stof of toestand opnieuw kunt terugbrengen of scheiden.
  • Niet-omkeerbare reactie / niet-omkeerbaar verschijnsel
    Een verandering waarbij de oorspronkelijke stof of vorm niet zomaar terugkomt.
Voorbeelden:
 < bv. zout lost op in water, zout kan terug van het water
gescheiden worden door het water te laten verdampen, verbranding is niet-omkeerbaar. > 
  • De leerling legt uit dat zout oplossen in water omkeerbaar kan zijn, omdat het zout opnieuw van het water gescheiden kan worden door het water te laten verdampen.
  • De leerling legt uit dat water dat verdampt is in de klas opnieuw waterdruppels kan vormen wanneer het op koude ramen terechtkomt.
  • De leerling herkent het smelten van een klontje boter in de pan als een omkeerbaar verschijnsel binnen de voorbeeldenset van het doel.
  • De leerling legt uit dat een kaars die opbrandt niet terug kan worden omgezet in dezelfde kaars. 
  • De leerling herkent het roesten van een ijzeren ketting als een niet-omkeerbaar verschijnsel: de oorspronkelijke ijzeren ketting keert niet zomaar terug naar de toestand van vóór het roesten. 
  • De leerling herkent het verbranden van boter in de pan als een niet-omkeerbaar verschijnsel. 
  • De leerling verwoordt in eenvoudige taal: “Bij een omkeerbare verandering kan je terug naar de vorige toestand of kan je stoffen opnieuw scheiden. Bij een niet-omkeerbare verandering lukt dat niet zomaar.”

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.4.1 vierde leerjaarDe leerlingen kennen de volgende begrippen:Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92762); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 3.4.GL3.3 3de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: vaste stof, vloeistoffen en gas.

Volgt na (after)

  • 3.4.GL5.2 5de leerjaar · De leerlingen kennen het volgende begrip: de deeltjes.
  • 3.4.GL5.3 5de leerjaar · De leerlingen kennen de volgende begrippen: de zuivere stof, de verbinding.