Op.stap-doel · 4de leerjaar (G)
4.2.GL4.2
De leerlingen kennen de volgende begrippen met betrekking tot kenmerken van de aarde en haar atmosfeer: de verschillende lagen van de aarde en hun relatieve temperatuur.
Toelichting uit de bron
Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.
De ‘relatieve temperatuur’ van de lagen van de aarde verwijst naar welke laag warmer of kouder is dan een andere laag.
Richtinggevende woordenschat:
Richtinggevende woordenschat:
- rotsachtige buitenlaag
- halfvaste middenlaag
- binnen- en buitenkern
Kennis in de encyclopedie
Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.
Minimumdoelen
- 4.2.1 vierde leerjaar
Samenhang volgens de bron
Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.
Gaat vooraf (before)
- 2.3.GL3.56 Wiskunde De leerlingen kunnen de temperatuur tot op 1 °C nauwkeurig meten, aflezen en noteren (vanaf het vriespunt en hogere temperaturen). (buiten de selectie van Kennisatlas)
Volgt na (after)
- 4.2.GL4.3 4de leerjaar · De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van vulkanen: waarom vulkanen uitbarsten: magma, lava, vulkaanpijp, krater;
- 4.2.GL5.2 5de leerjaar · De leerlingen kennen de kenmerken, oorzaken en gevolgen van aardbevingen: voorbeelden van platen, plaatgrens, principe van platentectoniek; epicentrum, seismische golven, beving; de magnitude van een aardbeving;
- 4.2.+L6.1 6de leerjaar · De leerlingen verkennen de indeling van de geschiedenis van de Aarde in geologische tijdperken.