Op.stap-doel · 3de leerjaar (G)

3.5.GL3.11

De leerlingen kunnen een schaduw groter of kleiner maken door de positie van de lichtbron of het voorwerp te variëren.

Discipline
Wetenschap en techniek
Domein
Natuurkundige verschijnselen
Subdomein
Licht
Route
Gemeenschappelijke doelen (G)
Fase
3de leerjaar
Bron
Op.stap 1.3, momentopname 2 oktober 2026. Oorspronkelijke sleutel 559d7351-65db-40ec-b1cd-340b171556d0

Toelichting uit de bron

Ongewijzigde brontekst van Op.stap; niet door Kennisatlas als encyclopedische uitleg gecontroleerd.

De leerlingen leren dat de grootte van een schaduw kan veranderen. Dat hangt af van de plaats van de lichtbron, het voorwerp en het oppervlak waarop de schaduw valt. Door de lichtbron of het voorwerp te verplaatsen, kunnen leerlingen ontdekken dat een schaduw groter, kleiner, langer, korter of scherper kan worden.
Voorbeelden:
  • De leerlingen stellen vast dat de schaduw kleiner wordt wanneer de zaklamp verder weg staat van het voorwerp. 
  • De leerlingen plaatsen een voorwerp tussen een zaklamp en een muur en verplaatsen de zaklamp dichterbij of verder weg.
  • De leerlingen ontdekken dat een schaduw groter kan worden wanneer de lichtbron dichter bij het voorwerp staat.
  • De leerlingen verplaatsen het voorwerp dichter bij de lichtbron of dichter bij de muur en vergelijken hoe de schaduw verandert.
  • De leerlingen gebruiken hun hand, een blok, een popje of een kartonnen figuur om verschillende schaduwen te maken.
  • De leerlingen verwoorden: “De schaduw wordt groter”, “De schaduw wordt kleiner”, “De zaklamp staat dichterbij” of “Het voorwerp staat verder weg.”
  • De leerlingen vergelijken schaduwen buiten in de zon op verschillende momenten of plaatsen, bijvoorbeeld dichtbij of verder van een muur of op de grond.
Mogelijke aanpak met onderzoekende houding
  • Onderzoeksvraag: Hoe kunnen we een schaduw groter of kleiner maken?
  • Voorspelling: De leerlingen voorspellen wat er zal gebeuren wanneer de zaklamp dichterbij of verder weg staat.
  • Onderzoek: De leerlingen verplaatsen de lichtbron of het voorwerp en kijken naar de schaduw.
  • Waarneming: De leerlingen beschrijven of de schaduw groter, kleiner, langer of korter wordt.
  • Vergelijking: De leerlingen vergelijken verschillende opstellingen.
  • Conclusie: De leerlingen formuleren dat de grootte van een schaduw verandert wanneer de positie van de lichtbron of het voorwerp verandert.

Kennis in de encyclopedie

Voor dit doel is nog geen artikel of dossier uitgewerkt.

Minimumdoelen

  • 3.5.4 vierde leerjaarDe leerlingen kennen licht: rechtlijnige beweging.Koppeling aangeleverd door de Op.stap-export (/agodi/onderwijsdoelen/opstap/92767); geen onafhankelijk gecontroleerde equivalentie.

Samenhang volgens de bron

Relaties zoals Op.stap ze aanlevert, met type en richting ongewijzigd. Kennisatlas heeft hun betekenis nog niet beoordeeld; ze vormen nog geen bevestigde leerlijn.

Gaat vooraf (before)

  • 6.3.GL1.11 Muzische vorming De leerlingen kunnen grote, kleine, zuivere schaduwfiguren maken. (buiten de selectie van Kennisatlas)

Samen te bekijken (together)

  • 3.7.GL3.2 3de leerjaar · De leerlingen kunnen een eenvoudig onderzoek plannen en uitvoeren.
  • 3.7.GL3.1 3de leerjaar · De leerlingen kennen deze stappen van een onderzoek: de onderzoeksvraag, de voorspelling, de test, de conclusie.